Operation Manual
274
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Objecten omvormen
6 Sluit Illustrator af en start Illustrator opnieuw.
De schuine kant wordt nu weergegeven in het menu Schuine kant in het dialoogvenster Opties voor Diepte geven en
schuine kanten in 3D.
7 Voer een van de volgende handelingen uit om de aangepaste schuine kant toe te passen:
• Als u de schuine kant wilt toepassen op een 3D-object met diepte, selecteert u het 3D-object en vervolgens dubbelklikt
u op het effect voor diepte geven en voorzien van schuine kanten in 3D in het deelvenster Vormgeving. Kies in het
dialoogvenster Opties voor Diepte geven en schuine kanten in 3D de gewenste kant in het menu Schuine kant.
• Als u de aangepaste schuine kant wilt toepassen op 2D-illustraties, selecteert u het 2D-object en kiest u Effect >
3D > Diepte geven en voorzien van schuine kanten. Kies in het dialoogvenster Opties voor Diepte geven en schuine
kanten in 3D de gewenste aangepaste schuine kant in het menu Schuine kant.
Een object roteren in drie dimensies
1 Selecteer het object.
2 Kies Effect > 3D > Draaien.
3 Selecteer Voorvertoning om een voorvertoning van het effect in het documentvenster weer te geven.
4 Klik op Meer opties als u de volledige lijst met opties wilt weergeven, of op Minder opties als u de extra opties wilt
verbergen.
5 Geef opties op:
Positie Hiermee bepaalt u hoe het object wordt geroteerd en het perspectief waarin u het wilt bekijken. (Zie “Opties
instellen voor 3D-rotatieposities” op pagina 270.)
Oppervlak Hiermee maakt u diverse oppervlakken, van eenvoudige effen oppervlakken zonder schaduw tot
glanzende en glimmende oppervlakken die er uitzien als plastic. (Zie “Opties voor oppervlakschaduwen” op
pagina 272.)
6 Klik op OK.
Illustraties toewijzen aan een 3D-object
Ieder 3D-object bestaat uit meerdere vlakken. Zo wordt een vierkant met diepte een kubus die bestaat uit zes vlakken:
de voor- en achterkant en de vier zijkanten. U kunt een 2D-illustratie toewijzen aan elk vlak van een 3D-object. U kunt
bijvoorbeeld een label of tekst toewijzen aan een flesvormig object of voor elke zijde van een object een andere
structuur gebruiken.
3D-object waarbij aan elke zijde een illustratie is toegewezen
A. Symboolillustraties B. Symboolillustraties C. A en B toegewezen aan 3D-object
AB C