Operation Manual
272
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Objecten omvormen
Opties voor oppervlakschaduwen
Oppervlak Hiermee kunt u opties kiezen voor de schaduw van oppervlakken:
• Draadframe Hiermee worden de contouren van de geometrie van het object omlijnd en wordt elk oppervlak
transparant.
• Geen lichteffect Hiermee voegt u nieuwe oppervlakeigenschappen toe aan het object. Het 3D-object heeft dezelfde
kleur als het originele 2D-object.
• Diffuus lichteffect Hiermee laat u het object licht reflecteren in een zacht, diffuus patroon.
• Ruimtelijk lichteffect Hiermee laat u het object licht reflecteren alsof het is gemaakt van glanzend, glimmend
materiaal.
Opmerking: Afhankelijk van de optie die u kiest, zijn er verschillende belichtingsopties beschikbaar. Als het object alleen
het effect Roteren in 3D gebruikt, zijn alleen de oppervlakopties Diffuus lichteffect of Geen lichteffect beschikbaar.
Lichtintensiteit Hiermee stelt u de lichtintensiteit in op een waarde tussen 0% en 100%.
Omgevingslicht Hiermee regelt u de globale belichting, die op uniforme wijze de helderheid van alle
objectoppervlakken verandert. Voer een waarde in tussen 0% en 100%.
Intensiteit van hooglicht Met waarden tussen 0% en 100% bepaalt u in welke mate het object licht reflecteert. Lagere
waarden produceren een mat oppervlak en hogere waarden geven een glimmender oppervlak.
Grootte van hooglicht Hiermee regelt u de grootte van het hooglicht van groot (100%) tot klein (0%).
Overvloeistappen Hiermee bepaalt u hoe vloeiend het lichteffect wordt weergegeven over de oppervlakken van het
object. Voer een waarde in tussen 1 en 256. Hogere waarden produceren vloeiendere lichteffecten en meer paden dan
lagere waarden.
Verborgen vlakken weergeven Hiermee geeft u de verborgen achtervlakken van het object weer. De achtervlakken
zijn zichtbaar als het object transparant is of als het object wordt uitgebreid en vervolgens uit elkaar wordt gehaald.
Opmerking: Als het object transparant is en u wilt de verborgen achtervlakken weergeven door de transparante
voorvlakken heen, past u de opdracht Object > Groeperen op het object toe voordat u het 3D-effect toepast.
Steunkleuren behouden (effect Diepte geven en voorzien van schuine kanten, effect Draaien en effect Roteren)
Hiermee kunt u steunkleuren in het object behouden. U kunt steunkleuren niet behouden als u voor de optie
Schaduwkleur de instelling Aangepast kiest.
Voorbeelden van verschillende lichteffecten voor oppervlakken
A. Draadframe B. Geen lichteffect C. Diffuus lichteffect D. Ruimtelijk lichteffect
AB
CD