Operation Manual
271
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Objecten omvormen
Objectassen (zwart) bewegen samen met het object, globale assen (grijs) bewegen niet.
Opties voor Diepte geven en voorzien van schuine kanten
Diepte geven Hiermee stelt u de diepte van het object in met een waarde tussen 0 en 2000.
Afbakening Hiermee bepaalt u of het object effen (Afsluiten voor een massieve vorm ) of leeg (Openen voor een
open vorm ) wordt weergegeven.
Schuine kant Hiermee past u het gekozen type schuine kant toe langs de diepteas (z-as) van het object.
Hoogte Hiermee stelt u de hoogte in op een waarde tussen 1 en 100. Wanneer hoogten van schuine kanten te groot
zijn voor een object is het mogelijk dat het object zichzelf doorsnijdt, hetgeen onverwachte resultaten kan opleveren.
Schuine kant buiten Hiermee wordt de schuine kant aan de originele vorm toegevoegd.
Schuine kant binnen Hiermee wordt de schuine kant van de originele vorm afgehaald.
Object met diepte en met vulling (linksboven) vergeleken met object zonder vulling (rechtsboven). Object zonder schuine kant (linksonder)
vergeleken met object met schuine kant (rechtsonder)
Opties voor Draaien
Hoek Hiermee stelt u het aantal graden (tussen 0 en 360) in om het pad te draaien.
Afbakening Hiermee bepaalt u of het object effen (Afsluiten voor een massieve vorm ) of leeg (Openen voor een
open vorm ) wordt weergegeven.
Verschuiving Hiermee voegt u ruimte tussen de draaias en het pad toe, bijvoorbeeld om een ringvormig object te
maken. U kunt een waarde invoeren tussen 0 en 1000.
Van Kies Linkerrand of Rechterrand om aan te geven rond welke as het object draait.
y
x
y
x
y
z
x
y
z
x