Operation Manual

267
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Objecten omvormen
Plooi en bol Hiermee worden de ankerpunten van een vectorobject naar buiten getrokken en de segmenten naar
binnen gebogen (Plooi) of worden de ankerpunten naar binnen getrokken en de segmenten naar buiten gebogen (Bol).
Met beide opties worden de ankerpunten ten opzichte van het middelpunt van het object getrokken.
Ruw Hiermee transformeert u de padsegmenten van een vectorobject in een gerafelde reeks pieken en dalen van
verschillende grootte. Stel de maximumlengte voor segmentpaden in met een absolute of relatieve waarde. Stel de
dichtheid van de rafelige randen in per inch (Detail) en kies tussen vage randen (Vloeiend) of scherpe randen (Hoek).
Transformatie Hiermee vormt u een object om door dit object te vergroten, te verkleinen, te verplaatsen, te roteren,
te spiegelen en te kopiëren.
Kneep Hiermee buigt en vervormt u padsegmenten op willekeurige wijze naar binnen en naar buiten. Stel de verticale
en horizontale vervorming in met een absolute of relatieve waarde. U kunt opgeven of ankerpunten al dan niet worden
gewijzigd, regelpunten naar ankerpunten op het pad worden verplaatst (regelpunten 'In'), en regelpunten uit
ankerpunten op het pad worden verplaatst (regelpunten 'Uit').
Draaien Hiermee draait u een object in het midden meer dan aan de randen. Bij een positieve waarde draait u naar
rechts, bij een negatieve waarde draait u naar links.
Zigzag Hiermee transformeert u de padsegmenten van een object in een rafelige of golvende reeks even grote pieken
en dalen. Stel de lengte tussen pieken en dalen in met een absolute of relatieve waarde. Stel het aantal tanden per
padsegment in en kies tussen golvende randen (Vloeiend) of rafelige randen (Hoek).
Kromtrekken Met dit effect kunt u objecten vervormen of omvormen, inclusief paden, tekst, netten, overvloeiingen
en bitmapafbeeldingen. Kies een van de vooraf gedefinieerde vormen voor kromtrekken. Selecteer vervolgens op welke
as de buigoptie van toepassing is en geef de mate van kromming en vervorming op die u wilt toepassen.
Zie ook
Effecten” op pagina 384
Een effect toepassen” op pagina 384
Een effect aanpassen of verwijderen” op pagina 387
De hoeken van objecten afronden
Met het effect Afgeronde hoeken kunt u de hoekpunten van een vectorobject omzetten in afgeronde hoeken.
1 Wijs in het deelvenster Lagen de items aan die u wilt afronden.
Als u een specifiek kenmerk van een object wilt afronden, bijvoorbeeld de vulling of lijn, wijst u het object aan in het
deelvenster Lagen en selecteert u het kenmerk in het deelvenster Vormgeving.
2 Kies Effect > Stileren > Afgeronde hoeken. (Deze opdracht vindt u in het eerste submenu Stileren.)
3 Als u de kromming van de afgeronde kromme wilt definiëren, geeft u een waarde op in het vak Straal en klikt u
op OK.
Zie ook
Effecten” op pagina 384
Een effect toepassen” op pagina 384
Een effect aanpassen of verwijderen” op pagina 387