Operation Manual

244
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Objecten omvormen
Als u een object wilt schalen ten opzichte van een ander referentiepunt , klikt u op de plaats waar het nieuwe
referentiepunt moet komen in het documentvenster en sleept u de aanwijzer bij het referentiepunt vandaan totdat
het object de gewenste grootte heeft.
Als u de verhoudingen van het object tijdens het schalen wilt behouden, houdt u Shift ingedrukt terwijl u diagonaal
sleept.
Als u het object langs een enkele as wilt schalen, houdt u Shift ingedrukt terwijl u verticaal of horizontaal sleept.
Hoe verder u van het referentiepunt bent verwijderd als u begint met slepen, hoe nauwkeuriger u kunt schalen.
Objecten schalen met het omsluitende kader
1 Selecteer een of meer objecten.
2 Selecteer het gereedschap Selecteren of het gereedschap Vrije transformatie .
3 Sleep een handgreep van het omsluitende kader totdat het object de gewenste afmetingen heeft.
Objecten worden geschaald ten opzichte van de tegenoverliggende greep van het omsluitende kader.
4 Voer een van de volgende handelingen uit om het schalen te besturen:
Als u de verhoudingen van het object wilt behouden, houdt u Shift ingedrukt tijdens het slepen.
Als u ten opzichte van het middelpunt van het object wilt schalen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS)
ingedrukt tijdens het slepen.
Objecten schalen tot een bepaalde breedte en hoogte
1 Selecteer een of meer objecten.
2 Typ in het deelvenster Transformeren een nieuwe waarde in het vak voor de breedte (B) of de hoogte (H) of in beide
vakken.
U kunt een van de volgende handelingen uitvoeren voordat u een waarde invoert om het schalen te besturen:
Als u de verhoudingen van het object wilt behouden, klikt u op de knop voor het beperken van de verhoudingen .
Als u het referentiepunt voor het schalen wilt wijzigen, klikt u op een wit vierkantje op de indicator voor het
referentiepunt .
Als u paden met lijnen en grootteafhankelijke effecten samen met het object wilt schalen, kiest u Lijnen en effecten
schalen in het deelvenstermenu.
U kunt de verhoudingen ook behouden door een waarde in te voeren in het vak B of H en vervolgens Ctrl (Windows)
of Command (Mac OS) ingedrukt te houden en op Enter te drukken.
Objecten schalen met een specifiek percentage
1 Selecteer een of meer objecten.
2 Voer een van de volgende handelingen uit:
Kies Object > Transformeren > Schalen of dubbelklik op het gereedschap Schalen om vanuit het middelpunt
te schalen.
Als u wilt schalen ten opzichte van een ander referentiepunt, selecteert u het gereedschap Schalen en houdt u Alt
(Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u klikt op de plaats waar het referentiepunt moet komen in het
documentvenster.