Operation Manual
227
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Objecten selecteren en ordenen
3 Klik met het gereedschap Selecteren op het pad of object waar u de overige objecten rond wilt verdelen. Het
object waar u op klikt, blijft op zijn huidige positie staan.
4 Klik op de knop Tussenruimte verticaal verdelen of de knop Tussenruimte horizontaal verdelen.
Objecten roteren en spiegelen
Objecten roteren
Als u een object roteert, wordt deze rond een door u ingesteld vast punt gedraaid. Het standaardreferentiepunt is het
middelpunt van het object. Als een selectie meerdere objecten bevat, roteren de objecten om één referentiepunt.
Standaard is dit het middelpunt van de selectie of het omsluitende kader. Als u elk object om zijn eigen middelpunt
wilt roteren, gebruikt u de opdracht Elk transformeren.
Resultaten van het gereedschap Roteren (links) in vergelijking met de opdracht Elk transformeren (rechts)
Zie ook
“Overzicht van het deelvenster Transformeren” op pagina 241
“Objecten verplaatsen” op pagina 222
“Objecten schalen” op pagina 243
Objecten roteren met het omsluitende kader
1 Selecteer een of meer objecten.
2 Verplaats de aanwijzer met het gereedschap Selecteren buiten het omsluitende kader en plaats de aanwijzer
dichtbij een handgreep, zodat deze verandert in . Vervolgens kunt u slepen.
Een object roteren met het gereedschap Vrije transformatie
1 Selecteer een of meer objecten.
2 Selecteer het gereedschap Vrije transformatie .
3 Plaats de aanwijzer op een willekeurige plaats buiten het omsluitende kader, zodat deze verandert in .
Vervolgens kunt u slepen.
Een object roteren met het gereedschap Roteren
1 Selecteer een of meer objecten.
2 Selecteer het gereedschap Roteren .