Operation Manual

206
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Verven
Richtlijnen voor het maken van patroonelementen
Voor het maken van patroonelementen gelden enkele algemene richtlijnen:
Als u een patroon minder complex wilt maken, zodat het afdrukken sneller gaat, kunt u het beste overbodige
elementen uit de patroonillustratie verwijderen en objecten met dezelfde kleur groeperen, zodat deze in de
stapelvolgorde naast elkaar komen.
Als u een patroonelement maakt, kunt u het beste de illustratie uitvergroten om de onderdelen beter te kunnen
uitlijnen. Vervolgens kunt u uitzoomen voor de definitieve selectie.
Hoe complexer het patroon, des te kleiner zou de selectie moeten zijn die wordt gebruikt om het patroon maken.
Echter, hoe kleiner de selectie (en het patroonelement dat ermee wordt gemaakt), des te meer exemplaren er nodig
zijn om het patroon te maken. Een element van 2 bij 2 cm is dus efficiënter dan een element van 0,5 bij 0,5 cm. Als
u een eenvoudig patroon maakt, kunt u meerdere exemplaren van het object opnemen in de bedoelde selectie voor
het patroonelement.
Als u eenvoudige lijnpatronen wilt maken, kunt u het beste een patroonelement maken door lijnen van
verschillende breedten en kleuren in lagen onder te brengen en een omsluitend kader zonder vulling en lijn achter
de lijnen te plaatsen.
Als u een organisch patroon of een structuur wilt maken die onregelmatig lijkt, varieert u de elementen enigszins
voor een realistischer effect. U kunt variaties aanbrengen met het effect Ruw.
Sluit de paden voordat u het patroon definieert. Hierdoor lopen de elementen naadloos in elkaar over.
Zoom in op de illustratie en controleer deze op fouten voordat u een patroon definieert.
Als u een omsluitend kader rond de illustratie tekent, let er dan op dat het vak een rechthoek is, dat het vak het
achterste object van het element is en dat het vak geen vulling of lijn heeft. Als u het omsluitende kader wilt
gebruiken voor een penseelpatroon, moet u ervoor zorgen dat er niets uitsteekt.
Voor het maken van penseelpatronen gelden de onderstaande extra richtlijnen:
Houd, indien mogelijk, de illustratie binnen een omsluitend kader zonder vulling en lijn, zodat u de opbouw van
het patroon kunt bepalen.
Hoekelementen moeten vierkant zijn en moeten dezelfde hoogte hebben als de zijelementen, omdat ze anders niet
goed op het pad worden uitgelijnd. Als u hoekelementen wilt maken met uw penseelpatroon, lijn dan de objecten
in de hoekelementen horizontaal uit met de objecten in de zijelementen, zodat de patroonelementen op de juiste
wijze worden verdeeld.
Met hoekelementen kunt u speciale hoekeffecten bereiken bij penseelpatronen.
Zie ook
Een vulkleur toepassen op een object” op pagina 166
Patroonstalen maken
1 Maak een illustratie voor het patroon.
2 (Optioneel) Als u de tussenruimten tussen de patroonelementen wilt instellen of als u delen van het patroon wilt
uitknippen, teken dan een omsluitend kader voor patronen (een rechthoek zonder vulling) rond de illustratie die
u als patroon wilt gebruiken. Kies Object > Ordenen > Naar achtergrond om te zorgen dat de rechthoek het
achterste object is. Als u de rechthoek wilt gebruiken als omsluitend kader voor een penseel- of vulpatroon, kies dan
Geen als vulling en lijn.
3 Selecteer met het gereedschap Selecteren de illustratie (eventueel met omsluitend kader) die als patroonelement
gaat dienen.