Operation Manual
197
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Verven
Rasteren Vermenigvuldigt de omkering van de overvloeikleur en de basiskleur. De resulterende kleur is altijd
lichter. Rasteren met zwart heeft geen effect: de originele kleur blijft ongewijzigd. Rasteren met wit geeft altijd wit.
U krijgt een vergelijkbaar effect wanneer u meerdere dia's bovenop elkaar projecteert.
Kleur tegenhouden Maakt de basiskleur helderder waardoor de overvloeikleur zichtbaar wordt. Zwart heeft in
deze modus geen effect.
Overvloeien In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gerasterd, afhankelijk van de basiskleur.
Patronen of kleuren bedekken de bestaande illustraties. Hierbij blijven de hooglichten en schaduwen van de
basiskleur behouden, terwijl de overvloeikleur wordt gemengd om de lichtheid en donkerte van de oorspronkelijke
kleur weer te geven.
Zacht licht In deze modus worden de kleuren donkerder of lichter gemaakt, afhankelijk van de overvloeikleur. Dit
geeft ongeveer hetzelfde effect als diffuus licht op een schilderij.
Als de overvloeikleur (lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de illustratie lichter, alsof deze is tegengehouden.
Als de overvloeikleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de illustratie donkerder, alsof deze is doorgedrukt. Als u
puur zwart of puur wit als werkkleur gebruikt, is het resultaat een aanzienlijk donkerder of lichter gebied, maar niet
een puur zwart of puur wit gebied.
Fel licht In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gerasterd, afhankelijk van de overvloeikleur. Dit
geeft ongeveer hetzelfde effect als een felle lamp op een schilderij.
Als de overvloeikleur (lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de illustratie lichter, alsof deze is gerasterd. Zo kunt
u hooglichten toevoegen aan illustraties. Als de overvloeikleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de illustratie
donkerder, alsof deze is vermenigvuldigd. Hiermee kunt u een schaduweffect aan illustraties toevoegen. Als u puur
zwart of puur wit als werkkleur gebruikt, is het resultaat ook puur zwart of puur wit.
Verschil Trekt de overvloeikleur van de basiskleur of de basiskleur van de overvloeikleur af, afhankelijk van welke
kleur de hoogste helderheidswaarde heeft. Als u wit gebruikt als overvloeikleur, worden de kleurwaarden van de
basiskleur omgekeerd. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Uitsluiting In deze modus wordt een effect gecreƫerd dat vergelijkbaar is met dan van de modus Verschil; het
contrast is alleen minder. Als u wit gebruikt als overvloeikleur, worden de basiskleurcomponenten omgekeerd.
Zwart heeft in deze modus geen effect.
Kleurtoon Hiermee wordt een eindkleur gemaakt met de lichtsterkte en verzadiging van de basiskleur, en de
kleurtoon van de overvloeikleur.
Verzadiging In deze modus ontstaat een eindkleur met de luminantie en kleurtoon van de basiskleur en de
verzadiging van de overvloeikleur. Als u met deze modus in een gebied verft zonder verzadiging (grijs), gebeurt er
niets.
Kleur In deze modus ontstaat een eindkleur met de luminantie van de basiskleur en de kleurtoon en verzadiging
van de overvloeikleur. Op deze manier blijven de grijsniveaus in de illustraties behouden en kunt u heel gemakkelijk
monochrome illustraties kleuren en gekleurde illustraties tinten geven.
Lichtsterkte In deze modus ontstaat een eindkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de
luminantie van de overvloeikleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus
Kleur.
Opmerking: In de modi Verschil, Uitsluiting, Kleurtoon, Verzadiging, Kleur en Lichtsterkte vloeien steunkleuren niet
over en in de meeste overvloeimodi dekt een kleur van 100% zwart de kleur van de onderliggende laag af. Geef in plaats
van 100% zwart een rijke zwarte kleur op met CMYK-waarden.