Operation Manual
168
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Verven
Opmerking: Als u paden met verschillende lijnuitlijningen probeert uit te lijnen, kan het zijn dat de paden niet precies
uitlijnen. Als de randen na het uitlijnen exact met elkaar overeen moeten komen, controleer dan of de instellingen voor
paduitlijning gelijk zijn.
Stippellijnen of onderbroken lijnen maken
U kunt een stippellijn of een onderbroken lijn maken door de lijnkenmerken van een object te bewerken.
1 Selecteer het object.
2 Selecteer Onderbroken lijn in het deelvenster Lijn. Als de optie Onderbroken lijn niet wordt weergegeven, kies dan
Opties tonen in het menu van het deelvenster Lijn.
3 Geef een streeppatroon op door de lengte van de streepjes en de ruimte tussen de streepjes in te voeren.
De waarden die u invoert, worden herhaald. U hoeft dus niet alle tekstvakken in te vullen wanneer u het patroon hebt
opgegeven.
4 Selecteer een optie voor de uiteinden van de streepjes. Met de optie Hoekig maakt u strepen met vierkante
uiteinden; met de optie Rond maakt u afgeronde strepen of stippen; met de optie Uitstekend steken de
streepeinden uit.
Stippellijnen van 6 punten met tussenruimten van 2, 12, 16, 12
A. Hoekig B. Rond C. Uitstekend
De uiteinden of verbindingen van lijnen wijzigen
Een uiteinde is het einde van een open lijn. Een verbinding is de plaats waar een rechte lijn van richting verandert (een
hoek omgaat). U kunt de uiteinden en verbindingen van een lijn wijzigen door de lijnkenmerken van het object te
wijzigen.
1 Selecteer het object.
2 Selecteer in het deelvenster Lijn een optie voor het uiteinde en een optie voor de verbinding.
Als de opties niet worden weergegeven, kiest u Opties tonen in het deelvenstermenu.
Hoekig Hiermee maakt u lijnen met vierkante uiteinden.
Rond Hiermee maakt u lijnen met halfronde uiteinden.
Uitstekend Hiermee maakt u lijnen met vierkante uiteinden die de helft van de lijndikte voorbij het einde van de
lijn uitsteken. Met deze optie wordt de dikte van de lijn in alle richtingen rondom de lijn gelijkmatig verlengd.
Punt Hiermee maakt u lijnen met puntige uiteinden. Voer een afknotlimiet in tussen 1 en 500. De afknotlimiet
bepaalt wanneer een afgeknotte (puntige) verbinding overgaat in een schuine (afgekante) verbinding. De
standaardafknotlimiet is 4. Dat betekent dat er wordt overgeschakeld van een afgeknotte verbinding naar een
afgekante verbinding, wanneer de lengte van het punt viermaal de dikte van de lijn bereikt. Bij de afknotlimiet 1 wordt
een afgekante verbinding gebruikt.
ABC