Operation Manual
104
ADOBE ILLUSTRATOR CS4 GEBRUIKEN
Kleur
• Beperk het gebruikte aantal steunkleuren tot een minimum. Elke steunkleur die u maakt, genereert een extra
afdrukplaat voor steunkleuren voor een drukpers. Hierdoor nemen de afdrukkosten toe. Als u denkt meer dan vier
kleuren nodig te hebben, kunt u overwegen het document af te drukken met proceskleuren.
• Als een object steunkleuren bevat en een ander object overlapt dat transparantie bevat, kan dit tot ongewenste
resultaten leiden bij het exporteren naar de EPS-indeling, bij het omzetten van steunkleuren in proceskleuren met
het dialoogvenster Afdrukken, en bij het maken van kleurscheidingen in een andere toepassing dan Illustrator of
InDesign. Gebruik Voorvertoning afvlakker of Voorvertoning scheidingen om met een elektronische proefafdruk
de effecten van transparantieafvlakking te controleren vóór het afdrukken. Daarnaast kunt u de steunkleuren vóór
het afdrukken of exporteren omzetten in proceskleuren met Inktbeheer in InDesign.
• U kunt een afdrukplaat voor steunkleuren gebruiken om een vernis toe te passen op gebieden van een
proceskleurtaak. In dit geval worden voor uw afdruktaak vijf inkten gebruikt: vier procesinkten en een steunvernis.
Proceskleuren
Een proceskleur wordt afgedrukt met een combinatie van de vier standaardprocesinkten: cyaan, magenta, geel en zwart
(CMYK). Gebruik proceskleuren als voor een taak zo veel kleuren zijn vereist dat het gebruik van afzonderlijke
steunkleurinkten duur of onpraktisch zou worden, zoals bij het afdrukken van kleurenfoto's.
Hanteer de volgende richtlijnen bij het opgeven van een proceskleur:
• Voor de beste resultaten in een gedrukt document van hoge kwaliteit, geeft u proceskleuren op met behulp van
CMYK-waarden die worden vermeld in referentiegrafieken voor proceskleuren, die beschikbaar zijn bij een
commerciële drukker.
• De uiteindelijke kleurwaarden van een proceskleur zijn de bijbehorende waarden in CMYK. Als u dus een
proceskleur opgeeft met RGB (of LAB, in InDesign), worden deze kleuren omgezet in CMYK als u
kleurscheidingen afdrukt. Deze omzettingen variëren op basis van de instellingen voor kleurbeheer en uw
documentprofiel.
• Geef proceskleuren niet op op basis van de weergave op uw monitor, tenzij u er zeker van bent dat u een
kleurbeheersysteem goed hebt ingesteld en u de beperkingen van voorvertoningen begrijpt.
• Vermijd het gebruik van proceskleuren in documenten die alleen bedoeld zijn voor weergave op internet, aangezien
CMYK een kleinere kleurenomvang heeft dan een standaardmonitor.
• Met Illustrator en InDesign kunt u een proceskleur als globaal of als niet-globaal opgeven. In Illustrator blijven
globale proceskleuren gekoppeld aan een staal in het deelvenster Stalen. Als u het staal van een globale proceskleur
wijzigt, worden alle objecten bijgewerkt waarvoor deze kleur wordt gebruikt. Niet-globale proceskleuren worden
niet automatisch bijgewerkt in het document als de kleur wordt bewerkt. Proceskleuren zijn standaard niet-globaal.
Als u in InDesign een staal toepast op objecten, wordt het automatisch toegepast als globale proceskleur. Niet-
globale stalen zijn naamloze kleuren die u kunt bewerken in het deelvenster Kleur.
Opmerking: Globale en niet-globale proceskleuren zijn alleen van invloed op de manier waarop een specifieke kleur
wordt toegepast op objecten, nooit op de manier waarop kleuren worden gescheiden of zich gedragen als u ze verplaatst
tussen toepassingen.
Steun- en proceskleuren tegelijk gebruiken
Soms is het handig om proces- en steunkleuren in dezelfde taak te gebruiken. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat u een
steunkleurinkt wilt gebruiken om de exacte kleur van een bedrijfslogo af te drukken op de pagina's van een jaarrapport
waarop ook foto's worden gereproduceerd met een proceskleur. U kunt ook een afdrukplaat voor steunkleuren
gebruiken om een vernis toe te passen op gebieden van een proceskleurtaak. In beide gevallen worden voor uw
afdruktaak vijf inkten gebruikt: vier procesinkten en een steuninkt of vernis.