Operation Manual

Naar boven
Naar boven
Naar boven
In- of uitzoomen
Er zijn verschillende manieren waarop u kunt in- of uitzoomen.
Selecteer het gereedschap Zoomen . De aanwijzer verandert in een vergrootglas met een plusteken in het midden. Klik in
het midden van het gebied dat u wilt vergroten of houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik in het midden van
het gebied dat u wilt verkleinen. Bij elke muisklik wordt de weergave naar het vorige vooraf ingestelde percentage vergroot of
verkleind.
Selecteer het gereedschap Zoomen en sleep een gestippelde driehoek, ofwel een selectiekader, rond het gebied dat u wilt
vergroten. Als u het selectiekader rond de illustratie wilt verplaatsen, houdt u de spatiebalk ingedrukt en sleept u het
selectiekader naar een andere plaats.
Kies Weergave > Inzoomen of Weergave > Uitzoomen. Bij elke muisklik wordt de weergave naar het volgende vooraf
ingestelde percentage vergroot of verkleind.
Stel het zoomniveau in de linkerbenedenhoek van het hoofdvenster of in het deelvenster Navigator in.
Als u een bestand op een grootte van 100% wilt weergeven, kiest u Weergave > Ware grootte of dubbelklikt u op het
gereedschap Zoomen.
Als u het venster wilt vullen met het geselecteerde tekengebied, kiest u Weergave >Tekengebied passend in venster of
dubbelklikt u op het gereedschap Handje.
Kies Weergave > Alles passend in venster om alles weer te geven in het venster.
Het weergavegebied wijzigen
Voer een van de volgende handelingen uit als u een ander deel van het tekengebied wilt weergeven:
Kies Weergave > Ware grootte om het volledige tekengebied op ware grootte weer te geven.
Kies Weergave > Alles passend in venster om uit te zoomen, zodat alle tekengebieden zichtbaar zijn in het scherm.
Kies Weergave > Tekengebied passend in venster om in te zoomen op het actieve tekengebied.
Klik in het deelvenster Navigator op het gebied van de miniatuurweergave dat u in het illustratievenster wilt weergeven. U kunt
ook het voorvertoningsgebied (het gekleurde vak) naar een ander deel van de miniatuurweergave verplaatsen.
Selecteer het gereedschap Handje en sleep in de richting waarin u de illustratie wilt verplaatsen.
Overzicht van het deelvenster Navigator
Met het deelvenster Navigator (Venster > Navigator) wijzigt u snel de weergave van de illustratie met behulp van een miniatuur. Het gekleurde vak
in het deelvenster Navigator (dit wordt het voorvertoningsgebied genoemd) komt overeen met het op dat moment zichtbare gebied in het
illustratievenster.
Deelvenster Navigator
A. Miniatuurweergave van illustratie B. De knop voor het deelvenstermenu C. Zoomvak D. Knop Uitzoomen E. Voorvertoningsgebied F.
Zoomschuifregelaar G. Knop Inzoomen
U kunt het deelvenster Navigator op de volgende manieren aanpassen:
Als u illustraties buiten de grenzen van het tekengebied in het deelvenster Navigator wilt weergeven, klikt u op Alleen inhoud
van tekengebied weergeven in het deelvenstermenu om deze optie uit te schakelen.
Als u de kleur van het voorvertoningsgebied wilt wijzigen, selecteert u Deelvensteropties in het deelvenstermenu. Selecteer
een vooraf ingestelde kleur in het menu Kleur of dubbelklik in het kleurvak om een aangepaste kleur te kiezen.
Als u onderbroken lijnen in het document als dichte lijnen wilt weergeven in het deelvenster Navigator, kiest u
Deelvensteropties in het deelvenstermenu en selecteert u Onderbroken lijnen als dichte lijnen tekenen.
Illustraties weergeven als omtrekken
83