Operation Manual
Naar boven
Naar boven
afloopgebieden worden gegenereerd. Ze worden gegenereerd wanneer u objecten verplaatst en wanneer u bepaalde bewerkingen uitvoert,
bijvoorbeeld wanneer u basisvormen tekent, het gereedschap Pen gebruikt en objecten transformeert.
Anker-/padlabels Hiermee geeft u informatie weer wanneer paden elkaar snijden en wanneer ze op een ankerpunt zijn gecentreerd.
Labels voor metingen Hiermee geeft u voor veel gereedschappen (zoals teken- en tekstgereedschappen) informatie weer over de huidige positie
van de cursor terwijl u de cursor op een ankerpunt plaatst. Wanneer u objecten maakt, selecteert, verplaatst of transformeert, worden de x- en y-
delta van de oorspronkelijke locatie van het object weergegeven. Wanneer u Shift ingedrukt houdt wanneer een tekengereedschap is
geselecteerd, wordt de beginlocatie weergegeven.
Objecten markeren Selecteer Objecten markeren als u het object onder de aanwijzer wilt accentueren terwijl u rond het object sleept. De
markeringskleur komt overeen met de kleur van de laag van het object.
Transformatiegereedschappen Selecteer Transformatiegereedschappen als u informatie wilt weergeven wanneer u objecten schaalt, roteert of
schuintrekt.
Constructiehulplijnen Hiermee geeft u hulplijnen weer terwijl u nieuwe objecten tekent. U geeft de hoeken op waarin u richtlijnen wilt tekenen
vanaf de ankerpunten van een nabijgelegen object. U kunt maximaal zes hoeken instellen. Typ een hoek in het geselecteerde vak Hoeken,
selecteer een set Hoeken in het pop-upmenu Hoeken of selecteer een set hoeken in het pop-upmenu en wijzig een van de waarden in het vak als
u een set hoeken wilt aanpassen. Uw instellingen worden weergegeven in de voorvertoning.
Magnetisch bereik Selecteer Magnetisch bereik als u het aantal punten tussen de aanwijzer en een ander object wilt weergeven dat vereist is
om de slimme hulplijnen te activeren.
De afstand tussen objecten meten
Met het gereedschap Meetlat wordt de afstand tussen twee punten berekend en worden de resultaten weergegeven in het deelvenster Info.
1. Selecteer het gereedschap Meetlat
. (Houd het gereedschap Pipet ingedrukt om het te zien in het deelvenster
Gereedschappen.)
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op de twee punten waarvan u de onderlinge afstand wilt meten.
Klik op het eerste punt en sleep naar het tweede punt. Houd Shift ingedrukt en sleep om het gereedschap tot stappen van
45 graden te beperken.
Het deelvenster Info geeft de horizontale en verticale afstand tussen de x- en y-as, de absolute horizontale en verticale
afstand, de totale afstanden en de gemeten hoek weer.
Overzicht van het deelvenster Info
U gebruikt het deelvenster Info (Venster > Info) om informatie te verkrijgen over het gebied onder de muisaanwijzer en over geselecteerde
objecten.
Wanneer een object is geselecteerd en een selectiegereedschap actief is, worden in het deelvenster Info de x- en y-
coördinaten, de breedte (B) en de hoogte (H) van het object weergegeven. De waarden voor de breedte en hoogte worden
beïnvloed door de optie Met grenzen voorvertoning in de Algemene voorkeuren. Wanneer Met grenzen voorvertoning is
ingeschakeld, worden de breedte van de lijn en andere kenmerken zoals slagschaduwen opgenomen in de dimensies van het
object. Wanneer Met grenzen voorvertoning is uitgeschakeld, worden alleen de dimensies gemeten die op basis van het
vectorpad zijn gedefinieerd.
Wanneer u het gereedschap Pen of Verloop gebruikt of een selectie verplaatst, worden in het deelvenster Info de wijziging in x
(B), de wijziging in y (H), de afstand (D) en de hoek
weergegeven terwijl u sleept.
Wanneer u het gereedschap Zoomen gebruikt, worden in het deelvenster Info de vergrotingsfactor en de x- en y-coördinaten
weergegeven nadat u de muisknop hebt losgelaten.
Wanneer u het gereedschap Schalen gebruikt, worden in het deelvenster Info de procentuele verandering in de breedte (B) en
hoogte (H) en de nieuwe breedte (B) en hoogte (H) weergegeven nadat het object is geschaald. Wanneer u de
gereedschappen Roteren of Spiegelen gebruikt, worden in het deelvenster Info de coördinaten van het middelpunt van het
object en de rotatiehoek
of spiegelingshoek weergegeven.
Wanneer u het gereedschap Schuintrekken gebruikt, worden in het deelvenster Info de coördinaten van het middelpunt van het
object, de hoek van de schuintrekas
en de mate van schuintrekking weergegeven.
Wanneer u het gereedschap Penseel gebruikt, worden in het deelvenster Info de x- en y- coördinaten en de naam van het
geselecteerde penseel weergegeven.
Selecteer Opties tonen in het deelvenstermenu of klik op de dubbele pijl op het tabblad van het deelvenster als u waarden wilt
weergeven voor de vul- en lijnkleuren van het geselecteerde object en de naam van elk patroon, elk verloop of elke tint die op
het geselecteerde object is toegepast.
Opmerking: Als u meerdere objecten selecteert, wordt in het deelvenster Info alleen de informatie die op alle geselecteerde
objecten van toepassing is, weergegeven.
77










