Operation Manual
Linialen, rasters, hulplijnen en snijtekens
Naar boven
Naar boven
Linialen gebruiken
De maateenheid wijzigen
Het raster gebruiken
Hulplijnen gebruiken
Slimme hulplijnen
De afstand tussen objecten meten
Overzicht van het deelvenster Info
Linialen gebruiken
Met linialen kunt u objecten in het illustratievenster of een tekengebied nauwkeurig plaatsen en meten. Het punt waar 0 op elke liniaal wordt
weergegeven, wordt de oorsprong van de liniaal genoemd.
In Illustrator CS5 zijn de linialen vergelijkbaar met die in andere Creative Suite-toepassingen zoals InDesign en Photoshop. Illustrator bevat
afzonderlijke linialen voor documenten en tekengebieden. U kunt maar een van deze linialen tegelijk selecteren.
Opmerking: Vensterlinialen worden in dit document algemene linialen genoemd.
Algemene linialen worden weergegeven aan de boven- en linkerzijde van het illustratievenster. De standaardoorsprong van de liniaal bevindt zich
in de linkerbovenhoek van het illustratievenster.
Tekengebiedlinialen worden aan de boven- en linkerzijde van het actieve tekengebied weergegeven. De standaardoorsprong van de
tekengebiedliniaal bevindt zich in de linkerbovenhoek van het tekengebied.
Het verschil tussen tekengebiedlinialen en algemene linialen is dat als u tekengebiedlinialen selecteert, de oorsprong wordt gewijzigd op basis van
het actieve tekengebied. Ook kunt u verschillende oorsprongpunten voor tekengebiedlinialen instellen. Als u de oorsprong van een
tekengebiedliniaal verandert, heeft dit geen invloed op de patroonopvulling van objecten in het tekengebied.
Het standaard oorsprongpunt voor de algemene liniaal is in de linkerbovenhoek van het eerste tekengebied en het standaardoorsprongpunt voor
de tekengebiedlinialen bevindt zich in de linkerbovenhoek van het respectievelijke tekengebied.
Kies Weergave > Linialen > Linialen tonen of Weergave > Linialen > Linialen verbergen als u linialen wilt weergeven of
verbergen.
Als u wilt schakelen tussen tekengebiedlinialen en algemene linialen, klikt u op Weergave > Linialen > Overschakelen op
algemene linialen of op Weergave > Linialen > Overschakelen op tekengebiedlinialen. Standaard worden er
tekengebiedlinialen weergegeven, dus de optie Overschakelen op algemene linialen wordt weergegeven onder het submenu
Linialen.
Kies Weergave > Videolinialen tonen of Weergave > Videolinialen verbergen als u videolinialen wilt weergeven of verbergen.
Als u de oorsprong van de liniaal wilt wijzigen, verplaatst u de aanwijzer naar de linkerbovenhoek waar de linialen elkaar
kruisen, en sleept u de aanwijzer naar de gewenste nieuwe oorsprong.
Terwijl u sleept, wordt de oorsprong van de veranderende algemene liniaal als een kruis weergegeven in het venster en op de
linialen.
Opmerking: Als u de oorsprong van de algemene liniaal wijzigt, heeft dit invloed op de verdeling van patronen.
Als u de standaardoorsprong van de liniaal wilt herstellen, dubbelklikt u in de linkerbovenhoek waar de linialen elkaar kruisen.
Het coördinatenstelsel is nu verschoven van het eerste naar het vierde kwadrant. Wanneer u in Illustrator CS5 naar beneden gaat, wordt de
waarde op de y-as groter, en als u naar rechts gaat, wordt de waarde van de x-as groter.
Als u een illustratie opslaat in een oudere versie van Illustrator, blijven de algemene linialen staan op de positie die is ingesteld in het oudere
document. Hoewel de oorsprong niet wordt verplaatst naar de linkerbovenhoek, wordt het coördinatensysteem wel verschoven naar het vierde
kwadrant.
De wijzigingen in het coördinatensysteem en de liniaaloorsprong zijn niet van toepassing op scripts. Hierdoor kunt u oude scripts behouden.
Wanneer u objecten echter transformeert met behulp van scripts, wijken de y-coördinaatwaarden af van de waarden die u hebt ingesteld in de
gebruikersinterface van Illustrator. Als u bijvoorbeeld een verschuivingsbewerking toepast van Y= +10 punten, moet u een transformatie van Y= -
10 punten toepassen om in het script dezelfde verschuiving te bewerkstelligen.
74










