Operation Manual
Naar boven
Geeft aan dat het item is aangewezen en vormgevingskenmerken heeft.
Klik op het doelpictogram van het item als u dit wilt aanwijzen in het deelvenster Lagen. Een dubbele ring
of geeft aan
dat het item is aangewezen. Houd Shift tijdens het klikken ingedrukt als u meer items wilt aanwijzen.
Opmerking: Wanneer een object of groep met welke methode dan ook is geselecteerd, wordt het item ook aangewezen in het
deelvenster Lagen. Een laag kunt u daarentegen alleen aanwijzen door op het bijbehorende doelpictogram in het deelvenster
Lagen te klikken.
Weergavekenmerken beheren
Een vormgevingskenmerk bewerken of toevoegen
U kunt een vormgevingskenmerk, zoals een effect, op elk gewenst moment openen en de instellingen ervan wijzigen.
Voer in het deelvenster Vormgeving een van de volgende handelingen uit:
Als u een kenmerk wilt bewerken, klikt u op de blauw onderstreepte naam van het kenmerk en geeft u wijzigingen op in het
dialoogvenster dat wordt geopend.
Als u een vulkleur wilt bewerken, klikt u in de rij voor de vulling en kiest u een nieuwe kleur in het kleurenvak.
Als u een nieuw effect wilt toevoegen, klikt u op Nieuw effect toevoegen .
Als u een kenmerk wilt verwijderen, klikt u op de rij met kenmerken en vervolgens op Verwijderen .
Een vormgevingskenmerk dupliceren
Selecteer een kenmerk in het deelvenster Vormgeving en voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op de knop Geselecteerd item dupliceren in het deelvenster of kies Item dupliceren in het deelvenstermenu.
Sleep het vormgevingskenmerk naar de knop Geselecteerd item dupliceren in het deelvenster.
De stapelvolgorde van vormgevingskenmerken wijzigen
Sleep een vormgevingskenmerk omhoog of omlaag in het deelvenster Vormgeving. (Klik indien nodig op het driehoekje naast een item om de
inhoud weer te geven.) Wanneer de omtrek van het vormgevingskenmerk dat u sleept op de gewenste positie staat, laat u de muisknop los.
Het effect Slagschaduw toegepast op lijn (boven) en op vulling (onder)
Vormgevingskenmerken verwijderen of verbergen
1. Selecteer het object of de groep (of wijs een laag aan in het deelvenster Lagen).
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
480










