Operation Manual
Naar boven
Naar boven
Naar boven
Naar boven
Sleep een ankerpunt op het omhulsel met het gereedschap Direct selecteren of Net.
Als u ankerpunten op het netraster wilt verwijderen, selecteert u een ankerpunt met het gereedschap Direct selecteren of
het gereedschap Net en drukt u op Delete.
Als u ankerpunten wilt toevoegen aan het netraster, klikt u op het raster met het gereedschap Net.
Als u een lijn of vulling wilt toepassen op een omhulsel, gebruikt u het deelvenster Vormgeving.
De inhoud van een omhulsel bewerken
1. Selecteer het omhulsel en voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op de knop Inhoud bewerken in het deelvenster Beheer.
Kies Object > Omhulsel vervormen > Inhoud bewerken.
Opmerking: Wanneer uw omhulsel uit gegroepeerde paden bestaat, klikt u op het driehoekje links van de vermelding
<Omhulsel> in het deelvenster Lagen om het pad dat u wilt bewerken, weer te geven en te selecteren.
2. Voer de gewenste bewerkingen uit.
Opmerking: Als u de inhoud van een omhulsel wijzigt, wordt het omhulsel verplaatst zodat de inhoud opnieuw wordt
gecentreerd.
3. Ga op een van de volgende manieren te werk om het object weer in het omhulsel op te nemen:
Klik op de knop Omhulsel bewerken in het deelvenster Beheer.
Kies Object > Omhulsel vervormen > Omhulsel bewerken.
Een omhulsel herstellen
1. Selecteer het omhulsel.
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
Als u een omhulsel wilt herstellen of wilt overschakelen op een vooraf ingestelde stijl voor kromtrekken, kiest u een nieuwe
kromtrekstijl en stelt u opties in in het deelvenster Beheer. Klik desgewenst op de knop Omhulselopties om een
dialoogvenster te openen waarin u meer opties kunt instellen.
Als u een netrasteromhulsel wilt herstellen of u wilt overschakelen op een netrasteromhulsel, kiest u Object > Omhulsel
vervormen > Herstellen met net. Geef het aantal rijen en kolommen voor het netraster op. Selecteer Omhulselvorm
behouden als u de vorm van het kromtrekken intact wilt houden.
Een omhulsel verwijderen
U kunt omhulsels verwijderen door deze op te heffen of uit te breiden. Bij het opheffen van een object in een omhulsel ontstaan twee afzonderlijke
objecten: het object in de oorspronkelijke staat en de omhulselvorm. Bij het uitbreiden van een object wordt het omhulsel verwijderd, maar blijft het
object vervormd.
Als u een omhulsel wilt opheffen, selecteert u het omhulsel en kiest u Object > Omhulsel vervormen > Geen.
Als u een omhulsel wilt uitbreiden, selecteert u het omhulsel en kiest u Object > Omhulsel vervormen > Uitbreiden.
Omhulselopties
Omhulselopties bepalen hoe illustraties worden vervormd om in het omhulsel te passen. U stelt omhulselopties in door het omhulselobject te
selecteren en te klikken op de knop Omhulselopties in het deelvenster Beheer of door Object > Omhulsel vervormen > Omhulselopties te
selecteren.
Anti-alias Hiermee ontstaan vloeiender rasters bij vervorming met een omhulsel. Door Anti-alias uit te schakelen, kunt u de tijd die nodig is om
rasters te vervormen, mogelijk verkorten.
Vorm behouden met Hiermee geeft u op hoe rasters hun vorm behouden wanneer ze worden vervormd met niet-rechthoekige omhulsels.
Selecteer Knipmasker als u een knipmasker voor het raster wilt gebruiken, of Transparantie als u een alfakanaal op het raster wilt toepassen.
Getrouwheid Hiermee bepaalt u hoe nauwkeurig het object in de omhulselvorm moet passen. Wanneer u het percentage bij Getrouwheid
verhoogt, worden meer punten toegevoegd aan de vervormde paden en neemt het vervormen van objecten meer tijd in beslag.
Vormgeving vervormen Met deze optie vervormt u weergavekenmerken (zoals toegepaste effecten of afbeeldingsstijlen) samen met de vorm van
een object.
Lineaire verlopen vervormen Met deze optie vervormt u lineaire verlopen langs de vorm van een object.
Patroonvullingen vervormen Hiermee vervormt u patronen samen met de vorm van een object.
Opmerking: Als u het omhulsel uitbreidt terwijl een vervormingsoptie is geselecteerd, wordt de desbetreffende eigenschap afzonderlijk uitgebreid.
315










