Operation Manual
Naar boven
Donkerder maken Selecteert de basis- of overvloeikleur als resulterende kleur (de donkerste kleur wordt geselecteerd). Gebieden die lichter zijn
dan de overvloeikleur, worden vervangen. Gebieden die donkerder zijn dan de overvloeikleur, blijven ongewijzigd.
Vermenigvuldigen Vermenigvuldigt de basiskleur met de overvloeikleur. De resulterende kleur is altijd donkerder. Vermenigvuldigen met zwart
geeft altijd zwart als resultaat. Elke willekeurige kleur die met wit wordt vermenigvuldigd, blijft ongewijzigd. U krijgt een vergelijkbaar effect
wanneer u tekent op de pagina met meerdere magische markeringen.
Kleur doordrukken Maakt de basiskleur donkerder waardoor de overvloeikleur zichtbaar wordt. Wit als overvloeikleur heeft in deze modus geen
effect.
Lichter maken Selecteert de basis- of overvloeikleur als resulterende kleur (de lichtste kleur wordt geselecteerd). Gebieden die donkerder zijn
dan de overvloeikleur, worden vervangen. Gebieden die lichter zijn dan de overvloeikleur, blijven ongewijzigd.
Rasteren Vermenigvuldigt de omkering van de overvloeikleur en de basiskleur. De resulterende kleur is altijd lichter. Rasteren met zwart heeft
geen effect: de originele kleur blijft ongewijzigd. Rasteren met wit geeft altijd wit. U krijgt een vergelijkbaar effect wanneer u meerdere dia's
bovenop elkaar projecteert.
Kleur tegenhouden Maakt de basiskleur helderder waardoor de overvloeikleur zichtbaar wordt. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Overvloeien In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gerasterd, afhankelijk van de basiskleur. Patronen of kleuren bedekken de
bestaande illustraties. Hierbij blijven de markeringen en schaduwen van de basiskleur behouden, terwijl de overvloeikleur wordt gemengd om de
lichtheid en donkerte van de oorspronkelijke kleur weer te geven.
Zacht licht In deze modus worden de kleuren donkerder of lichter gemaakt, afhankelijk van de overvloeikleur. Dit geeft ongeveer hetzelfde effect
als diffuus licht op een schilderij.
Als de overvloeikleur (lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de illustratie lichter, alsof deze is tegengehouden. Als de overvloeikleur donkerder
is dan 50% grijs, wordt de illustratie donkerder, alsof deze is doorgedrukt. Als u puur zwart of puur wit als werkkleur gebruikt, is het resultaat een
aanzienlijk donkerder of lichter gebied, maar niet een puur zwart of puur wit gebied.
Fel licht In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gerasterd, afhankelijk van de overvloeikleur. Dit geeft ongeveer hetzelfde effect als
een felle lamp op een schilderij.
Als de overvloeikleur (lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de illustratie lichter, alsof deze is gerasterd. Zo kunt u markeringen toevoegen aan
illustraties. Als de overvloeikleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de illustratie donkerder, alsof deze is vermenigvuldigd. Hiermee kunt u een
schaduweffect aan illustraties toevoegen. Als u in deze modus puur zwart of puur wit als werkkleur gebruikt, is het resultaat ook puur zwart of puur
wit.
Verschil Trekt de overvloeikleur van de basiskleur of de basiskleur van de overvloeikleur af, afhankelijk van welke kleur de hoogste
helderheidswaarde heeft. Als u wit gebruikt als overvloeikleur, worden de kleurwaarden van de basiskleur omgekeerd. Zwart heeft in deze modus
geen effect.
Uitsluiting In deze modus wordt een effect gecreëerd dat vergelijkbaar is met dan van de modus Verschil; het contrast is alleen minder. Als u wit
gebruikt als overvloeikleur, worden de basiskleurcomponenten omgekeerd. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Kleurtoon Hiermee wordt een eindkleur gemaakt met de lichtsterkte en verzadiging van de basiskleur, en de kleurtoon van de overvloeikleur.
Verzadiging In deze modus ontstaat een eindkleur met de luminantie en kleurtoon van de basiskleur en de verzadiging van de overvloeikleur. Als
u in deze modus een gebied verft zonder verzadiging (grijs), gebeurt er niets.
Kleur In deze modus ontstaat een eindkleur met de luminantie van de basiskleur en de kleurtoon en verzadiging van de overvloeikleur. Op deze
manier blijven de grijsniveaus in de illustraties behouden en kunt u heel gemakkelijk monochrome illustraties kleuren en gekleurde illustraties tinten
geven.
Lichtsterkte In deze modus ontstaat een eindkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de overvloeikleur. Het
effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur.
Opmerking: In de modi Verschil, Uitsluiting, Kleurtoon, Verzadiging, Kleur en Lichtsterkte vloeien steunkleuren niet over en in de meeste
overvloeimodi dekt een kleur van 100% zwart de kleur van de onderliggende laag af. Geef in plaats van 100% zwart een rijke zwarte kleur op met
CMYK-waarden.
De overvloeimodus van illustraties wijzigen
1. Selecteer een object of groep (of wijs een laag aan in het deelvenster Lagen).
Als u de overvloeimodus van een vulling of lijn wilt wijzigen, selecteer dan het object en selecteer vervolgens de vulling of lijn
in het deelvenster Vormgeving.
2. Kies een overvloeimodus in het pop-upmenu van het deelvenster Transparantie.
U kunt de overvloeimodus in een aangewezen laag of groep isoleren, zodat de onderliggende objecten niet worden beïnvloed.
Hiervoor selecteert u rechts van een groep of laag in het deelvenster Lagen het doelpictogram dat een object bevat dat een
overvloeimodus gebruikt. Selecteer Overvloeien isoleren in het deelvenster Transparantie. (Als de optie Overvloeien isoleren
niet wordt weergegeven, selecteert u Opties tonen in het menu van het deelvenster Transparantie.)
255










