Operation Manual

Naar boven
Naar boven
U kunt de dekking van een enkel object, de dekking van alle objecten in een groep of laag of de dekking van de vulling of lijn van een object
wijzigen.
1. Selecteer een object of groep (of selecteer een laag in het deelvenster Lagen).
Als u de dekking van een vulling of lijn wilt wijzigen, selecteer dan het object en selecteer vervolgens de vulling of lijn in het
deelvenster Vormgeving.
2. Stel de optie Dekking in het deelvenster Transparantie of in het deelvenster Beheer in.
Als u alle objecten met een bepaalde dekking wilt selecteren, selecteert u een object met die dekking of deselecteert u
alles en geeft u de dekkingswaarde op in het deelvenster Transparantie. Kies vervolgens Selecteren > Zelfde > Dekking.
Als u meerdere objecten in een laag selecteert en de dekkingsinstelling wijzigt, verandert de dekking van overlappende
gebieden van de geselecteerde objecten ten opzichte van de andere objecten. Deze gebieden zullen een hogere
dekkingswaarde hebben. Als u echter een laag of groep aanwijst en daarna de dekking wijzigt, worden de objecten in de laag
of groep als één object gezien. Alleen objecten buiten en onder de laag of groep zijn zichtbaar door de transparante objecten.
Als een object naar de laag of de groep wordt verplaatst, neemt het de dekking van de laag of de groep over en als een
object buiten de groep wordt geplaatst, blijft de dekking niet behouden.
Afzonderlijke objecten die zijn geselecteerd en waarvoor de dekking is ingesteld op 50% (links), vergeleken met een laag die
als doel is geselecteerd en waarvan de dekking is ingesteld op 50% (rechts)
Een transparante afdekgroep maken
In een transparante afdekgroep schijnen de elementen van een groep niet door elkaar heen.
Groep waarvoor de optie Afdekgroep is uitgeschakeld (links) en ingeschakeld (rechts).
1. Wijs in het deelvenster Lagen de groep of laag aan waar u een afdekgroep van wilt maken.
2. Selecteer in het deelvenster Transparantie de optie Afdekgroep. Als deze optie niet wordt weergegeven, selecteert u Opties
tonen in het deelvenstermenu.
Het selectievakje Afdekgroep kent drie standen: aan (vinkje), uit (leeg) en neutraal (gevuld vierkantje). Gebruik de neutrale
stand als u de illustratie wilt groeperen zonder het afdekgedrag te beïnvloeden zoals dat wordt bepaald door de ingesloten
laag of groep. Schakel de optie uit als u wilt dat een laag of groep van transparante objecten elkaar nooit afdekken.
Dekkingsmaskers gebruiken om transparantie te maken
Met een dekkingsmasker en een maskerend object kunt u de transparantie van de illustratie wijzigen. Het dekkingsmasker (ook wel gemaskeerde
illustratie genoemd) biedt een vorm waardoor andere objecten zichtbaar zijn. Het maskerende object bepaalt welke gebieden transparant zijn en
wat de mate van transparantie is. U kunt elk gekleurd object of elke gekleurde rasterafbeelding gebruiken als maskerend object. Voor de
dekkingsniveaus in het masker maakt Illustrator gebruik van de grijswaarde-equivalenten van de kleuren in het maskerende object. Waar het
dekkingsmasker wit is, is de illustratie volledig zichtbaar. Waar het dekkingsmasker zwart is, is de illustratie verborgen. Grijstinten in het masker
resulteren in verschillende transparantieniveaus in de illustratie.
251