Operation Manual

maakt op basis van een sjabloon, opent u een document met vooraf ingestelde ontwerpelementen en -instellingen (en vooraf ingestelde inhoud),
zoals snijtekens en hulplijnen, voor specifieke documenttypen, zoals brochures of cd-hoezen.
U kunt een nieuw document maken in het welkomstscherm of met de opdracht Bestand > Nieuw of Bestand > Adobe Device Central (voor uitvoer
op mobiele apparaten). Als u het welkomstscherm wilt weergeven, selecteert u Help > Welkom.
Op www.adobe.com/go/vid0031_nl vindt u een video over het instellen van nieuwe documenten.
Een nieuw document maken
U kunt een nieuw document starten vanuit het welkomstscherm of via het menu Bestand.
1. Voer een van de volgende handelingen uit:
Als Illustrator al is geopend, kiest u Bestand > Nieuw en selecteert u bij Nieuw documentprofiel het gewenste
documentprofiel.
Als het welkomstscherm is geopend, klikt u op een documentprofiel in de lijst Nieuw document maken.
Als Illustrator nog niet geopend is, opent u het en klikt u op een documentprofiel in de lijst Nieuw document maken in het
welkomstscherm.
Opmerking: In het welkomstscherm houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u klikt als u het nieuwe
document rechtstreeks wilt openen en het dialoogvenster Nieuw document wilt overslaan.
2. Typ een naam voor het document.
3. Geef het aantal tekengebieden op voor het document, en de volgorde waarin u ze wilt weergeven op het scherm:
Eerst rij, dan kolom Hiermee plaatst u meerdere tekengebieden in het opgegeven aantal rijen. Kies het aantal rijen in het
menu Rijen. Als u de standaardwaarde gebruikt, wordt een zo vierkant mogelijke weergave gemaakt voor het opgegeven
aantal tekengebieden.
Eerst kolom, dan rij Hiermee plaatst u meerdere tekengebieden in het opgegeven aantal kolommen. Kies het aantal
kolommen in het menu Kolommen. Als u de standaardwaarde gebruikt, wordt een zo vierkant mogelijke weergave gemaakt
voor het opgegeven aantal tekengebieden.
Rangschikken op rij Hiermee plaatst u tekengebieden in één rechte rij.
Rangschikken op kolom Hiermee plaatst u tekengebieden in één rechte kolom.
Lay-out wijzigen in Rechts-naar-links Hiermee ordent u meerdere tekengebieden in de opgegeven rij- of kolomindeling,
maar geeft u ze van rechts naar links weer.
4. Geef de standaardtussenruimte tussen tekengebieden op. Deze instelling is van toepassing voor zowel horizontale als
verticale tussenruimten.
5. Geef de standaardgrootte, -maateenheid en -indeling op voor alle tekengebieden.
Opmerking: Zodra het document is geopend, kunt u de tekengebieden aanpassen door ze te verplaatsen en de grootte ervan
te wijzigen.
6. Geef de positie van het afloopgebied voor elke zijde van het tekengebied op. Klik op het pictogram Vergrendelen
als u
verschillende waarden voor verschillende zijden wilt gebruiken.
7. Klik op Geavanceerd om de volgende extra opties in te stellen:
Opmerking: Nadat u het document hebt gemaakt, kunt u deze instellingen wijzigen met de opdracht Bestand >
Documentinstellingen en nieuwe instellingen opgeven.
Kleurmodus Hiermee stelt u de kleurmodus in voor het nieuwe document. Als u de kleurmodus wijzigt, wordt de
standaardinhoud (stalen, penselen, symbolen, afbeeldingsstijlen) van het geselecteerde profiel voor het nieuwe document
omgezet in een nieuwe kleurmodus, zodat de kleuren worden gewijzigd. Let op het waarschuwingspictogram wanneer u
wijzigingen aanbrengt.
Rasterresolutie Hier stelt u de resolutie in voor rastereffecten in het document. Het is vooral belangrijk deze optie in te stellen
op Hoog wanneer u uw document wilt uitvoeren op een professionele printer en met een hoge resolutie. In het profiel
Afdrukken is deze optie standaard ingesteld op Hoog.
Transparantieraster Hiermee bepaalt u de opties voor het transparantieraster voor documenten die zijn gebaseerd op het
profiel Video en film.
Voorvertoning Hiermee stelt u de standaardvoorvertoningsmodus in voor het nieuwe document. (U kunt de modus op elk
gewenst moment wijzigen met het menu Weergave.):
Met Standaard worden illustraties die zijn gemaakt in het document in kleur weergegeven in de vectorweergave. U kunt
vloeiende curven behouden door in en uit te zoomen.
Met Pixel worden illustraties weergegeven met een gerasterde (gepixelde) vormgeving. De inhoud wordt niet
daadwerkelijk gerasterd, maar er wordt een gesimuleerde voorvertoning weergegeven, waarin het lijkt alsof de inhoud uit
rasters bestaat.
Met Overdruk wordt een 'voorvertoning met inkt' weergegeven waarin wordt geïnterpreteerd hoe het overvloeien, de
97