Operation Manual

374
WERKEN MET ACROBAT 9 PRO
PDF's bewerken
Laagnavigatie toevoegen
U kunt koppelingen en doelen toevoegen aan lagen, zodat u de weergave van een document kunt wijzigen als de
gebruiker klikt op een bladwijzer of een koppeling.
Opmerking: doorgaans worden wijzigingen in de zichtbaarheid van lagen die met het oogpictogram worden aangebracht
in het venster Lagen, niet vastgelegd op de werkbalk Navigatie.
Zichtbaarheid van lagen koppelen aan bladwijzers
1 Stel de vereiste laageigenschappen, de zichtbaarheid en de zoomfactor voor de PDF-laag in het documentvenster in.
2 Klik op de knop Bladwijzers en kies Nieuwe bladwijzer in het optiemenu .
3 Selecteer de nieuwe bladwijzer en kies Eigenschappen in het optiemenu .
4 Klik in het dialoogvenster Bladwijzereigenschappen op het tabblad Handelingen.
5
Kies bij Handeling selecteren de optie Zichtbaarheid van laag instellen, klik op Toevoegen en klik vervolgens op OK.
6 Selecteer het bladwijzerlabel in het venster Bladwijzers en geef een naam op voor de bladwijzer.
Zichtbaarheid van lagen koppelen aan een doel van een koppeling
1 Stel de vereiste laageigenschappen voor het doel in het documentvenster in.
2 Kies Beeld > Navigatievensters > Doelen.
Het venster Doelen verschijnt als een zwevend venster. U kunt het aan andere vensters toevoegen door het naar het
navigatiegebied te slepen. Als het venster is samengevouwen, klikt u op de knop Doelen om het uit te vouwen.
3 Kies Nieuw doel in het optiemenu en geef een naam op voor het doel.
4 Selecteer het gereedschap Koppeling en sleep in het documentvenster om een koppeling te maken. Omdat
inhoud wordt toegevoegd aan alle lagen, maakt het niet uit dat u de koppeling ogenschijnlijk op de doellaag maakt.
De koppeling werkt vanaf elke laag.
5 Selecteer Eigen koppeling in het dialoogvenster Koppeling maken en klik op Volgende.
6
Klik op het tabblad Weergave in het dialoogvenster Koppelingseigenschappen en stel de weergave van de koppeling in.
7 Klik op het tabblad Handelingen in het dialoogvenster Koppelingseigenschappen, kies Zichtbaarheid van laag
instellen en klik op Toevoegen.
8 Sluit de dialoogvensters.
U kunt de koppeling als volgt testen: wijzig de laageigenschappen, selecteer het handje en klik op de koppeling.
Lagen importeren
U kunt lagen uit een PDF of afbeeldingsbestand importeren in een doel-PDF. Ondersteunde bestandsindelingen zijn
BMP, GIF, JPEG, JPEG 2000, PCX, PNG en TIFF.
1 Klik op de knop Lagen in het navigatievenster.
2 Kies Als laag importeren in het optiemenu .
3 Klik in het dialoogvenster Als laag importeren op Bladeren en zoek het bestand dat u wilt importeren. Als het
bronbestand een document met meerdere pagina's is, voert u het paginanummer dat u wilt importeren in bij
Paginanummer. Als het doelbestand meerdere pagina's heeft, geeft u het Doelpaginanummer op in de sectie
Voorbeeld van het dialoogvenster.