Operation Manual

109
WERKEN MET ACROBAT 9 PRO
PDF's maken
in sRGB en wordt een gemiddelde resolutie gebruikt voor het afdrukken. Subsets van Windows-lettertypen worden
niet standaard ingesloten. PDF-bestanden die met dit instellingenbestand zijn gemaakt, kunnen worden geopend in
Acrobat en in Acrobat Reader 6.0 en hoger.
Adobe PDF-instellingen aanpassen
U kunt desgewenst eigen conversie-instellingen maken voor bepaalde taken of uitvoerapparaten. Hiermee bepaalt u
of u de documentfonts wilt insluiten met 100% subsets, hoe u vectorobjecten en afbeeldingen wilt comprimeren en/of
samplen en of de doel-PDF geavanceerde afdrukinformatie moet bevatten, zoals OPI-opmerkingen (Open Prepress
Interface). Standaardinstellingenbestanden kunnen niet worden gewijzigd, maar wel worden gedupliceerd om nieuwe
instellingenbestanden te maken.
Opmerking: als de PDF is bedoeld voor kwaliteitsafdrukken, vraagt u het servicebureau om hun .joboptions-bestand met
de aanbevolen uitvoerresolutie en andere instellingen. Op deze manier bevat de PDF die u het servicebureau geeft,
kenmerken die optimaal zijn afgestemd op uw afdrukwerkstroom.
Een aangepast Adobe PDF-instellingenbestand maken
1 Ga op een van de volgende manieren te werk:
Selecteer in Acrobat Distiller in het menu Standaardinstellingen een van de eerder gedefinieerde optiesets die u als
beginpunt wilt gebruiken en kies dan Instellingen > Adobe PDF-instellingen bewerken.
Selecteer in ontwerptoepassingen of -hulpprogramma's Adobe PDF als doelprinter (meestal in het dialoogvenster
Pagina-instelling of Afdrukken) en klik op Eigenschappen.
(Windows) Klik op het tabblad Instellingen van het dialoogvenster Acrobat PDFMaker op Geavanceerde
instellingen.
Opmerking: in Windows kunt u naar een andere voorinstelling gaan vanuit het dialoogvenster Adobe PDF-instellingen.
Selecteer hiervoor Alle instellingen tonen (links onder) en selecteer vervolgens een voorinstelling in de lijst aan de
linkerkant.
Dialoogvenster Adobe PDF-instellingen (Windows)
A. Vooraf gedefinieerde Adobe PDF-instellingen B. Optievenster
2 Selecteer één venster per keer en breng waar nodig wijzigingen aan.
B
A