Operation Manual
ADOBE ACROBAT 8 PROFESSIONAL
Handboek
465
Q Hiermee worden alle operatoren in de inhoudsstroom die horen tot hetzelfde nestniveau qua grafische status binnen
een paar q/Q-operatoren, gegroepeerd. Vouw de substructuur voor een q/Q-paar uit om de operator en de bijbehorende
parameters weer te geven.
BMC Vergelijkbaar met Q, maar hiermee worden de inhoudsstromen gerangschikt op nestniveaus voor gemarkeerde
inhoud (BMC/EMC).
BT/ET Hiermee worden inhoudsstromen gerangschikt op tekstblokken die worden ingesloten door BT- en ET-
operatoren.
Fragment Hiermee worden inhoudsstromen weergegeven als reeks fragmenten. Een fragment is een aaneengesloten
groep objecten met dezelfde grafische status. In deze weergave staat elk fragment voor een type tekenbewerking
(bijvoorbeeld tekengebied) en de bijbehorende grafische status.
U kunt inhoudsstromen ook weergeven als fragmenten door Voorbeeld van geselecteerd paginaobject weergeven te
selecteren in het venster Preflight.
Bladeren door de interne fontstructuur
U kunt de interne structuur van in een PDF ingesloten fonts gedetailleerder weergeven dan de Preflight-resultaten met een
grafische weergave waarin de contouren en de coördinaten van elk symbool worden weergegeven. U kunt zo de oorzaak
van verschillende preflight-problemen vaststellen, zoals een onjuiste koppeling die wordt veroorzaakt door inconsistente
symboolbreedten.
U kunt pas bladeren door de interne fontstructuur nadat u een preflight-controle hebt uitgevoerd.
1 Kies in het venster Preflight de opdracht Bladeren door interne structuur van alle documentfonts in het menu Opties.
Als u de structuur van één font wilt bekijken, vouwt u het element Fonts in de resultaten uit, selecteert u een font en kiest
u Bladeren door interne fontstructuur in het menu Opties.
2 Als u details van de symbolen wilt bekijken, klikt u op een van de volgende knoppen:
Raster tonen Hiermee wordt de oorsprong van de coördinaatruimte van het symbool weergegeven. Dit wordt
aangegeven met twee groene orthogonale lijnen.
Vakken tonen Hiermee wordt het gebied weergegeven dat wordt gebruikt door het geselecteerde symbool en het
maximumgebied dat wordt gebruikt door alle symbolen met blauwe lijnen die bovenaan en onderaan samenvallen.
Vulling tonen Hiermee worden de gebieden van een gevuld symbool weergegeven als middelgrijs.
Punten tonen Hiermee worden alle punten weergegeven die worden gebruikt om de contouren van het symbool te
definiëren. Zwarte punten geven de contouren aan. Rode punten geven Bezier-krommen aan en worden afgezet tegen de
contour.
Cursor tonen Hiermeewordtdepositievanhetpuntweergegevendatmomenteelisgeselecteerd.Ditwordtaangegeven
met twee magenta orthogonale lijnen. Deze knop is alleen beschikbaar als Punten tonen is ingeschakeld.
3 U kunt de grootte van het weergavegebied van het symbool wijzigen door de greep tussen de structuurweergave en het
weergavegebied van het symbool naar boven of beneden te slepen.
Preflight profielen
Preflight-profielen
Het succes van een Preflight-inspectie is afhankelijk van een goede definitie van criteria voor de inspectie. De
inspectiecriteria bevinden zich in een pakket dat een Preflight-profiel wordt genoemd. Een Preflight-profiel bevat een of
meer controles. Elke controle bevat een of meer eigenschapinstructies die de PDF-inhoud valideren. Preflight wordt alleen
een fout weergegeven als alle eigenschapinstructies in de controle een fout opleveren. In het dialoogvenster Profiel










