Operation Manual
B
23
E
A
B
F
C
D
fig. 7
ENFRRU PL DE IT ES NL
NL • 7
664Y5700 • A
KenMeRKen SCHOUWAAnSlUITIng
Belangrijk
• Dek de ventilatieopeningen nooit af.
• Bewaar geen ontvlambare producten in de stookruimte.
• Bewaar geen bijtende stoffen op zoals verf, oplosmiddelen, chloor,
zout, zeep en andere schoonmaakproducten in de buurt van de
ketel.
Toegankelijkheid
De stookruimte moet groot genoeg zijn om gemakkelijk toegang
te verzekeren tot de ketel. Het is raadzaam de volgende
minimumafstanden (mm) rond de ketel te voorzien:
- voorzijde 500
- achterzijde 150
- zijkanten 100
- bovenzijde 300
Ventilatie
De stookruimte moet voorzien zijn van een onderverluchting en een
bovenverluchting
(fig. 7) .
Iedere gebruiker moet ervoor zorgen dat de ventilatie van de
stookruimte voldoet aan de geldende lokale voorschriften.
Ter informatie: de onderstaande tabel toont de waarden
volgens de Belgische reglementering.
Sokkel
De sokkel (of grond) waarop de ketel wordt geplaatst, moet gemaakt
zijn van onbrandbaar materiaal.
SCHOUWAAnSlUITIng
Belangrijk
De installatie dient te worden uitgevoerd door een
erkende technicus in overeenstemming met de gelden-
de lokale normen en voorschriften.
De schouwdiameter mag niet kleiner zijn dan de
diameter van het schouwverloopstuk van de ketel.
Schouwaansluitingstype: B23 (fig. 7)
De aansluiting op de schouw gebeurt met een metalen buis, die
schuin oplopend tussen de ketel en de schouw wordt geplaatst.
Een schouwverbindingsstuk is noodzakelijk.
Opmerking:
Daar de voorschriften van land tot land variëren, geldt
de bovenstaande tabel slechts als leidraad.
Het hoge rendement van onze ketels houdt in dat de
rookgassen op een erg lage temperatuur worden afge-
voerd.
Rookgascondensatie is dus mogelijk, wat in sommige
schouwen tot schade zou kunnen leiden Om dat risico
te voorkomen raden wij u sterk aan de schouwkoker te
voorzien van een buis.
Gelieve voor nadere inlichtingen terzake contact op te
nemen met uw installateur.
INSTaLLaTIE
A. Bovenverluchting
B. Onderverluchting
C. Trekregelaar
D. Kijkgat
E. Hoogte van de schouwbuis
F. Schouwdiameter
Schouw N 1 N 2 N 3
E = 5 m Ø min. F mm 130 143 170
E = 10 m Ø min. F mm 130 130 143
E = 15 m Ø min. F mm 130 130 130
Ventilatie N 1 N 2 N 3
Toevoer frisse lucht m
3
/u 50 72 102
Bovenverluchting (A) dm
2
150 150 150
Onderverluchting (B) dm
2
150 150 170










