Operation Manual

44 Copyright © Acronis, Inc., 2000-2010
2. U kunt bepaalde bestanden en mappen uit de back-up uitsluiten. Stel dat u enkele films van dvd
naar een map op de gegevenspartitie hebt gekopieerd. Een back-up maken van deze films heeft
weinig zin, omdat u altijd nog over de originele dvd's beschikt, mochten de films onverwachts
verloren gaan. Bovendien nemen dergelijke films zeer veel schijfruimte in. Als u de map wilt
uitsluiten, klikt u op de koppeling Toevoegen rechts van Uitsluitingen en voegt u de map toe aan
de lijst met uitgesloten items.
3. Selecteer een bestemming voor de back-up (u kunt desgewenst de standaardbestemming
overnemen of naar een bestemming bladeren nadat u op de pijl-omlaag rechts van de huidige
bestemming hebt geklikt en Bladeren... hebt geselecteerd).
Wanneer de back-upbestemming een verwisselbaar medium is (bijvoorbeeld een USB-stick, Blu-
ray-schijf of dvd), verschijnt het selectievakje Deze media opstartbaar maken. Als u dit
selectievakje inschakelt, wordt een opstartbare herstelomgeving op de verwisselbare media
gecreëerd en wordt een stand-alone versie van Acronis True Image Home 2011 toegevoegd.
Vervolgens kunt u Acronis True Image Home 2011 vanaf de verwisselbare media uitvoeren op
een 'bare metal'-systeem of de vastgelopen computer die niet normaal kan worden opgestart.
Sla indien mogelijk back-ups van uw systeempartitie niet op dynamische schijven op wanneer de
systeempartitie in een Linux-omgeving wordt hersteld. Linux en Windows benaderen dynamische schijven
op een andere manier Dat kan tijdens de herstelprocedure tot problemen leiden.
4. Als de back-up volgens een planning moet worden uitgevoerd, klikt u op de koppeling rechts van
Planning, schakelt u de planningsfunctie in en geeft u de vereiste planning op. Zie Taken plannen
(p. 127) voor meer informatie.
5. U kunt bovendien het standaardschema voor de back-up wijzigen door op de relevante koppeling
te klikken. Zie Back-upschema's (p. 62) voor meer informatie.
6. Als u een specifieke naam aan de back-up wilt toekennen, geeft u deze naam in plaats van de
standaardnaam in het veld Naam van back-up op.
Desgewenst kunt u allerlei nuttige informatie toevoegen aan deze bestandsnaam. Klik hiertoe op
de pijl-omlaag rechts van de bestemming en klik op Bladeren.... Selecteer de items die u wilt
toevoegen in het rechterveld van de regel Bestandsnaam:
Datum toevoegen: selecteer deze optie als u de datum waarop de back-up is gemaakt aan de
bestandsnaam wilt toevoegen.
Tijd toevoegen: hiermee voegt u het tijdstip waarop de back-up is gemaakt aan de
bestandsnaam toe.
Gebruikersnaam toevoegen: selecteer deze optie als u uw gebruikersnaam aan de
bestandsnaam wilt toevoegen.
Computernaam toevoegen: hiermee voegt u de naam van de computer waarop de taak
wordt uitgevoerd aan de bestandsnaam toe.
Taaknaam toevoegen: hiermee voegt u de naam van de bijbehorende back-uptaak aan de
bestandsnaam toe.
Taaknummer toevoegen: hiermee voegt u het volgnummer dat aangeeft hoeveel keer de
taak al is uitgevoerd aan de bestandsnaam toe.
7. Klik op Opties voor back-ups van schijven om de opties in te stellen voor de back-up die wordt
geconfigureerd. Als uw gegevensschijf bijvoorbeeld vertrouwelijke gegevens bevat, kunt u de
gegevens in de back-up wellicht beter coderen. Desgewenst kunt u ook de back-up automatisch
op fouten controleren vlak nadat deze is gemaakt, maar u kunt dat natuurlijk ook later doen.
ZieBack-upopties (p. 61) voor meer informatie.
8. Wanneer u de back-up naar behoefte hebt geconfigureerd, kunt u deze onmiddellijk uitvoeren
door op de knop Nu een back-up maken te klikken. Als u de back-up op een later tijdstip of