Operation Manual
57 Copyright © Acronis International GmbH, 2002-2013
u vervolgens het selectievakje van de schijf in. Als u wilt terugkeren naar de partitieselectie, klikt
u op Overschakelen naar partitiemodus.
Voor het maken van een back-up van dynamische schijven kan alleen de partitiemodus worden gebruikt.
U kunt op het tabblad Uitsluitingen in het venster Back-upopties aangeven of u verborgen
bestanden of systeembestanden wilt uitsluiten van de back-up, evenals bestanden die voldoen
aan de criteria die u opgeeft. Zie Items van een back-up uitsluiten (p. 94) voor meer informatie.
4. Selecteer een bestemming voor de back-up. U kunt de standaardbestemming laten staan. U
wijzigt de standaardbestemming door te klikken op Bladeren en een nieuwe bestemming voor
de back-up op te geven.
Wanneer de doellocatie een verwisselbaar medium is (bijvoorbeeld een USB-stick, Blu-ray-schijf
of dvd), kan het selectievakje Deze media opstartbaar maken worden ingeschakeld. Als u dit
selectievakje inschakelt, wordt een opstartbare herstelomgeving op het verwisselbare medium
gemaakt en wordt een stand-alone versie van Acronis True Image 2014 toegevoegd. Vervolgens
kunt u Acronis True Image 2014 vanaf de verwisselbare media uitvoeren op een bare-metal
systeem of de vastgelopen computer die niet normaal kan worden opgestart.
Sla indien mogelijk back-ups van uw systeempartitie niet op dynamische schijven op omdat de
systeempartitie in een Linux-omgeving wordt hersteld. Linux en Windows benaderen dynamische schijven
op een andere manier. Dat kan tijdens de herstelprocedure tot problemen leiden.
5. [optionele stap] Klik op de koppeling rechts van Planning en stel indien nodig de vereiste
planning in. Zie Taken plannen (p. 72) voor meer informatie.
6. [optionele stap] Wijzig indien nodig de back-upplanning. Zie Back-upschema's (p. 77) voor meer
informatie.
U kunt het schema voor de back-up niet wijzigen als u een back-up maakt op optische media, zoals een
dvd/BD. In dat geval gebruikt Acronis True Image 2014 standaard een aangepast schema met uitsluitend
volledige back-ups. Dit is te wijten aan het feit dat het programma op optische media opgeslagen back-ups
niet kan consolideren.
7. [optionele stap] Als u een specifieke naam aan de back-up wilt toekennen, geeft u deze naam in
plaats van de standaardnaam op in het veld Naam van back-up.
U voegt nuttige informatie aan de naam van de back-up toe door te klikken op Bladeren en op
Toevoegen en vervolgens de items te selecteren die u wilt toevoegen.
Datum toevoegen: hiermee voegt u de datum waarop de back-up is gemaakt, toe aan de
bestandsnaam.
Tijd toevoegen: hiermee voegt u het tijdstip waarop de back-up is gemaakt, toe aan de
bestandsnaam.
Gebruikersnaam toevoegen: hiermee voegt u uw gebruikersnaam toe aan de bestandsnaam.
Computernaam toevoegen: hiermee voegt u de naam van de computer waarop de taak
wordt uitgevoerd, toe aan de bestandsnaam.
Taaknaam toevoegen: hiermee voegt u de naam van de bijbehorende back-uptaak toe aan
de bestandsnaam.
Taaknummer toevoegen: hiermee voegt u het volgnummer dat aangeeft hoeveel keer de
taak al is uitgevoerd, toe aan de bestandsnaam.
8. [optionele stap] Klik op Opties voor back-ups van schijven om de opties in te stellen voor de
back-up die wordt geconfigureerd. Zie Back-upopties (p. 76) voor meer informatie.
9. Wanneer u de back-up naar behoefte hebt geconfigureerd, kunt u deze onmiddellijk uitvoeren
door op de knop Nu een back-up maken te klikken. Als u de back-up op een later tijdstip of
volgens een planning wilt uitvoeren, klikt u rechts van de knop Nu een back-up maken op de










