Operation Manual

28 Copyright © Acronis International GmbH, 2002-2013
Denk eraan dat het openen van de hoofdmap van een FTP-server u niet automatisch naar uw homedirectory
leidt.
Als u gegevens rechtstreeks vanaf een FTP-server wilt herstellen, mag de back-up geen bestanden bevatten die
groter zijn dan 2 GB.
Wanneer de back-up rechtstreeks op een FTP-server wordt gemaakt, splitst Acronis True Image 2014 een
back-up dan ook op in bestanden met een grootte van 2 GB. Als u een back-up maakt op een harde schijf met
als doel de back-up later over te brengen naar een FTP-server, kunt u de back-up opsplitsen in bestanden van
elk 2 GB. U moet hiervoor bij de back-upopties de gewenste bestandsgrootte instellen.
Een FTP-server moet het overdragen van bestanden in de passieve modus toestaan.
Bij de firewall-instellingen op de broncomputer moeten de poorten 20 en 21 zijn geopend voor het TPC- en
UDP-protocol. De Windows-service Routering en RAS moet zijn uitgeschakeld.
2.5.2 Verificatie-instellingen
Als u een back-up in een gedeelde map op een netwerkcomputer wilt opslaan, dient u meestal een
gebruikersnaam en wachtwoord op te geven om toegang te krijgen tot die map. Dit kunt u
bijvoorbeeld doen als u een back-uplocatie in het venster Bladeren naar bestemming selecteert. Het
venster Verificatie-instellingen wordt automatisch geopend wanneer u op de naam van een
netwerkcomputer klikt. Als u het handmatig wilt openen, klikt u op de werkbalk Een gebruikersnaam
en wachtwoord opgeven voor deze locatie.
Om een gebruikersnaam en wachtwoord op te geven, doet u het volgende:
Gebruikersnaam - voer hier een gebruikersnaam in.
Wachtwoord - voer hier het wachtwoord van de gebruiker in.
Wanneer u op de knop Verbinding testen klikt, probeert de computer verbinding te maken met de
geselecteerde netwerkshare. Als er een foutmelding verschijnt, controleert u of u wel de juiste
referenties hebt opgegeven voor de geselecteerde netwerkshare. Klik op de knop Opnieuw testen
om de verbindingspoging te herhalen.
Klik op Verbinding maken om verder te gaan nadat u de vereiste gegevens hebt opgegeven.
2.6 Naamgeving van back-upbestanden
Standaard maakt het programma voor elke taak een aparte map met de naam van de taak.
Vervolgens worden in die map alle back-ups voor die taak opgeslagen (bijvoorbeeld: D:\Mijn
back-ups\Systeem).
De naam van een back-upbestand heeft de volgende kenmerken:
Naam van back-up.
Back-upmethode (full, inc, diff: volledig, incrementeel, differentieel).
Het nummer van de back-upketen (in de vorm b#).
Het nummer van de back-upversie (in de vorm s#).
Het nummer van het volume (in de vorm v#).
Dit kenmerk verandert bijvoorbeeld wanneer u een back-up opsplitst in meerdere bestanden. Zie
Back-up opsplitsen (p. 85) voor meer informatie.