Operation Manual
35
Nederlands
Startscherm Gebruik deze functie om het gewenste opstartscherm te kiezen.
Als u de instelling wijzigt, worden de wijzigingen van kracht
wanneer u het OSD-menu afsluit.
• Acer: het standaard opstartscherm van de Acer-projector.
• Gebruiker: Door gebruiker opgeslagen foto van de functie
"Schermopname".
Schermopname Gebruik deze functie om het opstartscherm aan te passen. Volg de
onderstaande instructies om het beeld dat u als opstartscherm wilt
gebruiken, vast te leggen.
Opmerking:
Voordat u doorgaat met de volgende stappen, moet u "Trapezium"
instellen op de standaardwaarde 0 en de beeldverhouding op 4:3.
Raadpleeg het hoofdstuk "Beeld" voor meer informatie.
• Wijzig "Startscherm" van de standaardinstelling "Acer"
naar "Gebruiker".
• Druk op "Schermopname" om het opstartscherm aan te passen.
• Een dialoogvenster verschijnt om de actie te bevestigen.
Kies "Ja" om het huidige beeld te gebruiken als uw aangepast
opstartscherm. Het opnamebereik is het rode rechthoekige
gebied. Kies "Nee" om de schermopname te annuleren en het
OSD af te sluiten.
• Een bericht verschijnt met de melding dat de schermopname
bezig is.
• Wanneer de schermopname is voltooid, verdwijnt het bericht
en wordt het originele beeld weergegeven.
• Het aangepaste opstartscherm zoals hieronder weergegeven,
wordt van kracht wanneer er een nieuw ingangssignaal is of
wanneer u de projector opnieuw opstart.
Gesloten bijschrift
Selecteert een gesloten bijschriftmodus van uw voorkeur uit
CC1, CC2, CC3, CC4, (CC1 toont bijschriften in de primaire taal
in uw gebied).
Selecteer “Off (Uit)” om de opnamefunctie uit te schakelen. Deze
functie is alleen beschikbaar wanneer een composiet video- of
S-Video-ingangssignaal is geselecteerd en het systeemformaat NTSC is.
<Opmerking> stel de beeldverhouding van uw scherm in op 4:3.
Deze functie is niet beschikbaar wanneer de beeldverhouding
"16:9" of "Auto" is.
Beveiliging Beveiliging
Deze projector biedt een nuttige beveiligingsfunctie voor de
beheerder om het gebruik van de projector te beheren.
Druk op om te schakelen naar de instelling "Beveiliging".
Als de beveiligingsfunctie is ingeschakeld, moet u eerst het
"Wachtwoord beheerder" invoeren voordat u de
beveiligingsinstellingen wijzigt.
• Selecteer "Aan" om de beveiligingsfunctie in te schakelen.
De gebruiker moet een wachtwoord invoeren om de projector
te bedienen. Raadpleeg het hoofdstuk "Wachtwoord
gebruiker" voor details.
• Als "Uit" is geselecteerd, kan de gebruiker de projector
inschakelen zonder een wachtwoord in te voeren.










