Operation Manual
ABUS VMS ABUS Security-Center
Systeemhandboek
Versie 7.0 67
Selecteer de gewenste camera en vink de optie
Naam in beeld weergeven aan.
Sla de instellingen op en klik op Toepassen.
Zodra de instellingen zijn geladen, wordt de
cameranaam bij activering van de camera in het
Live-beeld weergegeven.
De weergave van de cameranaam is alleen voor analoge camera's in-/uitschakelbaar. Bij IP-
camera's wordt altijd de vastgestelde hostnaam van de camera gebruikt.
3.2.7 Referentiebeelden opslaan
De bedoeling van referentiebeelden is, de actuele beelduitsnede van elke camera te
vergelijken met het beeld bij de eerste ingebruikneming (niet bij eytron VMS Basic).
Zo kunnen wijzigingen aan de camera (verdraaiing, manipulaties) later snel worden
vastgesteld en kan actie worden ondernomen.
Voordat een camera een referentiebeeld kan maken, moet voor deze camera eerst de
ondersteuning voor het maken van referentiebeelden worden geactiveerd. Alleen die camera's
kunnen vervolgens referentiebeelden maken.
Open voor het inschakelen van
de ondersteuning van
referentiebeelden
Systeembeheer en zet de
schermschakelaar op
Cameraweergave.
Selecteer in de lijst aan de
linkerkant de gewenste camera
(analoog of IP) en vink de optie
Referentie aan.
Sla de instellingen op en klik op
Toepassen.
Rechts op de pagina
Cameraconfiguratie geeft het systeem aan, of door de camera al een referentiebeeld is
gemaakt.
Als dat nog niet is gebeurd, kan het referentiebeeld via de toets Maken worden gemaakt.
1. Cameraweergave selecteren
2. Gewenste camera selecteren
3. Ondersteuning voor referentiebeelden activeren
4. Opslaan en Toepassen
1. Cameraweergave selecteren
2. INaam in beeld weergeven aanvinken
3. Instellingen opslaan en toepassen










