Operation Manual

ABUS VMS ABUS Security-Center
Systeemhandboek
Versie 7.0 58
3.2 Cameraconfiguratie
In de cameraconfiguratie worden de globale instellingen van elke afzonderlijke camera
vastgelegd en nieuwe camera's ingesteld resp. toegevoegd. De cameraconfiguratie kan
worden geopend via punt 1 van de schermschakelaar (schuifbalk).
In het navolgende worden de afzonderlijke configuratiestappen voor analoge, IP- en draai-
/kantelcamera's beschreven.
3.2.1 Een analoge camera instellen
De instelwizard heeft het maximale aantal beschikbare camera's reeds vastgesteld en in de
systeemconfiguratie opgenomen.
Om met het programma meer camera's te kunnen gebruiken, moet het signaal ervan eerst
via een BNC-kabel op het systeem worden aangesloten. Als dat al is gebeurd kunt u met het
instellen doorgaan.
Inschakelen van de camera:
Open de systeemconfiguratie en zet de schermschakelaar in de stand
Cameraweergave (punt 1). Links in beeld wordt dan onder TV33xx Camera een
lijst weergegeven van alle analoge camera's.
Markeer het gewenste cameranummer en activeer deze via de optie Aan/Uit. Het
cameranummer komt overeen met het nummer op de BNC-kabel.
De aansturing van een draai-/kantelcamera moet worden ingesteld als
aangegeven onder punt 3.2.2.
Activeer via de optie Aan/Uit alleen de camera's die werkelijk op het systeem zijn
aangesloten. Niet-aangesloten maar wel geactiveerde camera's kunnen storingen
veroorzaken.