Operation Manual
29
18.7. Bijkomende functies
Dit menu maakt het de gebruiker mogelijk om door de installateur
geprogrammeerde functies in of uit te schakelen.
Kies het menupunt Schakel functies.
U kunt hier uit 7 menupunten kiezen.
Functie Betekenis
Deurbel In gedeactiveerde toestand geeft de centrale een
signaaltoon af, als een melder geactiveerd werd,
die de eigenschap deurbel heeft. Deze signaaltoon
kunt u hier deactiveren.
Gesproken instr. (De)activeert de gesproken mededeling.
Activiteits contr. (De)activeert de activiteitscontrole van de
bejaardennoodoproep.
Displayverlichting
Instelling van de helderheid in 4 standen
Display Altijd
Verlichting permanent aan/uit.
Statuslicht
Uit: Statuslicht is permanent uit.
Aan: Statuslicht brandt bij geactiveerde
installatie, knippert bij een alarm en
brandt niet in gedeactiveerde toestand.
Tijd: Statuslicht brandt gedurende 5 minuten bij
de activering en knippert bij een alarm
Melding Zonenaam
Aan: Ja/Nee
Gesproken instr.: 2 seconden mededeling voor
elke zone
Als deze functie als volgt is geactiveerd
Gebruikersmenu
Æ Schakel functies Æ Melding
zonenaam
Æ Aan Æ Ja
en zonenamen zijn ingesproken, volgt een
aanvullende melding:
x bij geopende zone
Æ „ Het systeem kan
niet inschakelen” + „<Zonenaam>”
Bij meerdere open zones wordt de zone
met het kleinste zonenummer aanvullend gemeld.
x bij alarm
o Alarmen: na „ Hoofd bericht” en
„Bericht x” wordt aanvullend de
eerste geactiveerde zone gemeld.
o Centrale: voor elke partitie wordt de
eerste geactiveerde zone
aanvullend gemeld. Begonnen
wordt met de partitie met het
kleinste nummer.










