Installation Instructions

10-86
Hoofdstuk 10 Korte handleiding
Dit hoofdstuk legt de installatiestappen voor het ABUS draadloze alarmpakket uit zoals op de DVD getoond, inclusief de installatie van
een rookmelder. Na programmeren van de in deze korte handleiding getoonde installatiestappen is uw ABUS draadloze
alarminstallatie klaar voor gebruik.
10.1 Hardwaremontage
10.1.1 ABUS draadloze alarminstallatie
Monteer de ABUS draadloze alarminstallatie op een geschikte plaats in uw object.
Steek de netvoedingadapter in de AC aansluiting van de installatie. Steek het andere einde nog niet
in het stopcontact.
Sluit de telefoonlijn met de RJ11 telefoonstekker of met twee losse draden aan de telefoonaansluiting van de installatie aan.
Plaats de meegeleverde noodstroomaccu's in het batterijvak en plaats dit eveneens in de installatie.
Plaats de jumper op J10 op de printplaat op beide pennetjes zodat de accu's worden opgeladen.
Steek nu de stekker van de netvoeding in het stopcontact.
De draadloze alarminstallatie start en meldt na enige tijd "Installatie is aan". Als dit niet het geval is, controller dan of het
stopcontact stroom heeft en de stekker van de netvoedingadapter goed in de installatie is gestoken. De storingsled knippert omdat
de datum en tijd nog niet zijn ingesteld en de accu's nog niet volledig zijn opgeladen. De accu's moeten binnen 12 uur volledig zijn
opgeladen.
Indien de installatie na het inschakelen een akoestische waarschuwing geeft, is het sabotagecontact mogelijk niet goed
ingedrukt. In dit geval gaat u als volgt te werk:
Voer de Grand Master-pin van de fabriek in via het toetsenbord van de installatie:
11
22
33
44
Druk dan op de toets Deactiveren:
De ABUS draadloze alarminstallatie is nu gereed voor programmering
10.1.2 Draadloze openingsmelder
Monteer de draadloze openingsmelder in het midden aan de bovenkant van de woning- of huisdeur. De magneet wordt op het
bewegende deel van de deur geplaatst. Magneet en openingsmelder moeten parallel aan elkaar worden aangebracht.
Plaats de bijgevoegde batterijen. Let daarbij op de juiste polariteit. De rode LED van de melder licht op.
Is dit niet het geval, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst en meet de batterijspanning, deze moet hoger zijn dan
2,8 V.
Druk de spiraalveer van de melder in en open en sluit de deur.
Bij het openen van de deur licht de LED opnieuw op.
Wacht tot de LED uitgaat en sluit de deur.
Nu moet de LED opnieuw oplichten. Als dit niet het geval is, zijn de magneet en de zender niet goed gepositioneerd of te ver uit
elkaar.
10.1.3 Draadloze bewegingsmelder
Monteer de draadloze bewegingsmelder in een hoek in een kamer met terras of balkon. De melder moet in de ruimte "kijken" en
niet op grote vensterpartijen zijn gericht. De rode LED van de melder is boven
LET OP: De infraroodmelder reageert op warmtebeweging. Richt de melder daarom niet op verwarmingsventilatoren of andere
warmtebronnen Ook huisdieren, zoals katten en honden, kunnen een alarm veroorzaken.
Plaats de bijgevoegde batterijen. Let daarbij op de juiste polariteit.
De rode LED van de melder licht op.
Is dit niet het geval, controleer dan of de batterij correct is geplaatst en meet de batterijspanning, deze moet hoger zijn dan 2,8 V.
10.1.4 Draadloze rookmelder
Monteer de draadlozer rookmelder in het midden op het plafond van de slaapkamer. Andere rookmelders moeten worden
aangebracht in de woonkamer en op de overloop. De rook stijgt als eerste naar het hoogste punt van de ruimte.
LET OP: Sterke sigarettenrook of waterdamp kunnen een alarm veroorzaken.
Plaats de beide meegeleverde batterijen, let daarbij op de polariteit, en druk op de resetknop. Houd deze zo lang ingedrukt
totdat de melder een lange toon geeft.
Is dit niet het geval, verwijder dan de batterijen en wacht 30 seconden. Plaats de batterijen opnieuw en herhaal de test.
Als het opnieuw mislukt, moet u de spanning van de batterijen meten. De spanning moet hoger zijn dan 2,8 V.
Verwijder de batterijen