Installation Instructions

8-84
8.2 Looptest
Met de Parameter Looptest kunt u de installatie uiteindelijk testen. Als het systeem zich in de modus looptest bevindt, kunt u melders
activeren zonder dat dit tot een alarm leidt. De looptest modus kan op twee manieren worden gestart:
OPMERKING:
Het verschil tussen een looptest die met een programmeerpin wordt gestart en een looptest die met de Grand
Master-pin wordt gestart, is de manier waarop de ABUS draadloze alarminstallatie op een sabotagemelding
reageert. Als de looptest modus met de programmeerpin is gestart, wordt er bij een sabotagemelding slechts een
melding op de display weergegeven. Als de looptest modus met de Grand Master-pin is gestart, wordt er bij sabotage
een alarmmelding gegeven met een akoestische alarmering.
Zo voert u een looptest uit:
1. Zorg er voor dat uw ABUS draadloze alarminstallatie is gedeactiveerd.
2. Druk op de toets
om naar het gebruikersmenu te gaan, gevolgd door de toets
44
, om bij de Parameter Functies
te komen.
3. Er wordt gevraagd om een PIN in te voeren. Voer nu de 4- of 6-cijferige Grand Master-pin of de
programmeerpin in en druk daarna op de toets
.
4. In het menu Functies drukt u op
22
, om bij de Parameter Looptest te komen. Het systeem geeft de volgende melding
Systeem in testmodus”. Op de display verschijnt het volgende scherm:
5. U moet nu op alle melders die u wilt testen een alarm veroorzaken. Nadat de melder het signaal heeft verstuurd en dit
door de installatie is ontvangen, bevestigt de installatie de ontvangst van het signaal door het zonenummer en de
Benamingen als lokale gesproken melding weer te geven: bv. "Zone 3, eetkamer". Bovendien verschijnen alle geteste
melders in een lijst op de display van de installatie.
6. Druk op de toets
om de modus looptest te verlaten.
het systeem geeft de volgende melding weer "Testmodus afgesloten“.
7. Druk op de toets
om het gebruikersmenu weer te verlaten.