Installation Instructions
7-73
7. Kies met de cursor toetsen
en of de sirene bewaakt moet worden (supervisie) of niet en
bevestig de instelling met toets
.
De sirene is aangemeld en klaar voor gebruik.
In het nu volgende menu heeft u vier Bereiks:
1) Overslaan: een andere sirene aanmelden.
2) Aanmelden: een andere sirene in plaats van de al aangemelde sirene aanmelden.
3) Wissen: een aangemelde sirene wissen.
4) Supervisie: de instelling voor de supervisie (bewaking) van de aangemelde sirene wijzigen.
7.9.2
99
22
Parameters
Bij deze Parameter kunt u de instellingen voor de sirene wijzigen. De volgende instellingen kunnen worden gewijzigd:
• Volume
• Knipperfrequentie (alleen bij de buitensirene)
Zo komt u in het menu Parameters:
1. Kies het menu Sirene.
2. In het menu Sirene drukt u op
22
,
om bij de Parameter Parameters te komen. Op de display verschijnt het volgende
scherm:
3. Kies met de toets
de sirene waarvan u de instelling wilt wijzigen en bevestig uw instelling met de toets .
U kunt nu kiezen tussen volume en knipperfrequentie (alleen bij de buitensirene).
4. Kies Volume en bevestig deze Bereik met de toets
. U ziet het volgende scherm op de display:
5. U kunt nu het volume instellen voor de volgende Sabot. geluid:
• In/uitgangssignaal
• Alarmsignaal
• Bevestigingssignaal
6. Bevestig het bijbehorende menu met de toets
en voer het nieuwe volume in met het toetsenbord van de
installatie. De instelling betekent:
• 0: Uit
• 1: Laag
• 9: Hoog
Op dezelfde manier voert u de volumes voor de andere Sabot. geluid in. Daarna kunt u voor de buitensirene ook de
knipperfrequentie instellen.
Druk op de toets
om het menu te verlaten.










