Installation Instructions

7-68
7.7.2
77
22
Toetsdefinitie
Bij de Parameter Toetsdefinitie kunnen de functies en de toetsen van de draadloze Handzenders worden geprogrammeerd. De vier
knoppen van de draadloze Handzenders kunnen daarmee aan de individuele voorkeur worden aangepast.
Zo komt u in het menu Toetsdefinitie:
1. Kies het menu Handzenders, zoals beschreven op pagina 7-74.
2. In het menu Handzenders drukt u op
22
,
om bij de Parameter Toetsdefinitie te komen. Op de
display verschijnt het volgende scherm:
3. Kies de Handzenders waarvan u de knoppen opnieuw wilt programmeren en druk op de toets
.
Wijzigen van de knoppen van de Handzenders
Elke draadloze Handzenders heeft 4 knoppen waarvan elk van deze knoppen voor een andere functie kan worden geprogrammeerd.
Zo wijzigt u de instellingen van de draadloze Handzenders:
1. Wijs elke Handzenders toe aan de gebieden die u ermee wilt bedienen. De letter "J“ onder het
cijfer betekent dat de Handzenders dit gebied kan bedienen. Om de instelling te wijzigen, gebruikt
u de toetsen
11
,
22
en
33
.
2. Druk op de toets
om uw Bereik te bevestigen. Op de display verschijnt het volgende
scherm:
Voor knop 1 (), kunt u kiezen uit de volgende functies:
Geen: de knop is niet geactiveerd (Fabriekswaarde).
Inschakelen: de knop activeert extern alle gekozen gebieden.
Deelinsch: de knop activeert extern alle gekozen gebieden.
3. Om uit de functies te kiezen, gebruikt u de toetsen
en . Om uw Bereik te bevestigen
druk u op de toets
.
Bepaal nu of bij de activering eerst de uitgangsvertraging (Vertraagd J) wordt gestart, of dat uw
systeem direct (Vertraagd N) wordt geactiveerd.
4. Druk dan op de toets
. Het systeem wisselt automatisch naar de volgende toets en het
volgende scherm verschijnt op de display:
5. Voor knop 2 (
), kunt u kiezen uit de volgende functies:
Geen: de knop is niet geactiveerd (Fabriekswaarde).
Niet actief: de knop wordt gebruikt om het gekozen deelgebied te deactiveren.
6. Nadat u de gewenste functie voor de knop heeft gekozen, drukt u op de toets
. Het
systeem wisselt automatisch naar de volgende knop.
Op de display verschijnt het volgende scherm:
7. Voor knop 3 (kleine knop), kunt u kiezen uit de volgende functies:
Geen: de knop is niet geactiveerd (Fabriekswaarde).
Paniek: de knop wordt gebruikt om een overvalalarm te geven.
Uitgang: de knop wordt gebruikt om een schakeluitgang te activeren.