Installation Instructions
7-52
Definieren
Sneltoetsen Parameter
OPMERKING:
Indien er een alarm wordt gegeven in een zone die aan meer dan één gebied is
toegewezen en één van deze gebieden in een extern geactiveerde toestand is (terwijl
de andere in intern geactiveerde toestand zijn), wordt de schakeluitgang bij een alarm
geactiveerd.
In intern geactiveerde toestand zal een 24-uurs zone deze schakeluitgang niet
activeren.
33
11
UOUO
22
1919
Zone ovrbrug
De schakeluitgang wordt geactiveerd zodra een zone in het gekozen gebied wordt
uitgesloten en het gebied intern of extern wordt geactiveerd.
33
11
UOUO
33
Zone
In dit menu vindt u gebeurtenissen voor een zone.
33
11
UOUO
33
11
Volg zone
De schakeluitgang wordt geactiveerd als er in de gekozen zone alarm wordt gegeven. De
toestand van de installatie is daarbij niet van belang
33
11
UOUO
33
22
Volg alarm
De schakeluitgang wordt geactiveerd zodra er in de gekozen zone een alarm wordt
gegeven.
33
11
UOUO
33
33
Volg Insch.
De schakeluitgang wordt geactiveerd als de gekozen zone via het systeem wordt
geactiveerd.
33
11
UOUO
33
44
Niet actief
De schakeluitgang wordt geactiveerd als de gekozen zone via het systeem wordt
gedeactiveerd.
33
11
UOUO
44
Gebr. Code
De schakeluitgang wordt geactiveerd als er een geldige gebruikerspin wordt ingevoerd.
De activering van de schakeluitgang wordt door de gebruiker via het functiemenu
Activiteit/schakeluitgang, toetsvolgorde [2][1] uitgevoerd.
Om de uitgang via een pin te kunnen activeren, moet de pin rechten voor het activeren van
de schakeluitgang hebben.
Gebruik de toetsen
en de juiste pin uit de 32 beschikbare pins te
kiezen.
Gebruik de toets
om tussen [J] JA of [N] NEE te wisselen.
OPMERKING:
De schakeluitgang wordt met het invoeren van een gebruikerspin alleen geactiveerd als de
instelling snelschakeluitgang bij de Syst.control's met N is geprogrammeerd. Indien de
snelschakeluitgang is geactiveerd, dan is er geen gebruikerspin benodigd.










