Installation Instructions
7-40
Zn parameters
Sneltoesten Parameter
22
22
44
Zone type
Als een melder wordt geactiveerd, wordt er altijd een signaal naar de installatie
gestuurd. Bijvoorbeeld: een bewegingsmelder reageert op bewegingen, een
rookmelder reageert op rook etc. Daarom is het van belang om de installatie mee
te delen HOE en WANNEER op een melding van een melder moet worden
gereageerd.
de Parameter Zonetype biedt te mogelijkheid om te bepalen hoe de installatie moet
reageren als er een signaal van een melder wordt ontvangen. Het is absoluut
noodzakelijk om deze optie te programmeren omdat de installatie anders niet zal
functioneren. Afhankelijk van de toestand van de installatie worden de volgende
zonetypen bewaakt:
3. Gedeactiveerd: het systeem reageert alleen op de zones 24-uu, brand, overval en
storing.
4. Geactiveerd: het systeem reageert op alle zones.
5. Intern geactiveerd: het systeem reageert niet op de zones die als interne zone
zijn geprogrammeerd. Door deze instelling is het mogelijk om bij buitenbewaking, in
het object te bewegen.
Er zijn 22 zonetypen die hieronder zijn beschreven:
In het menu Parameters drukt u op
44
, om naar het menu Zonetype te gaan. Op
de display verschijnt het volgende scherm:
Voer het tweecijferige zonenummer in en druk de toets
.
Kies en configureer de zonetypen als volgt:
22
22
44
ZZZZ
+
0000
N. gebruikt
GEEN
Een zone die als niet gebruikt wordt geprogrammeerd, wordt niet bewaakt. De installatie
reageert niet op storing van de batterijen, sabotage of uitval van de supervisie van een
melder die op deze zone is aangemeld. Een aangemelde melder wordt echter niet gewist.
22
22
44
ZZZZ
+
0101
Vertraging 1
Een zone die als Vertraging 1 is geprogrammeerd mag gedurende de uitgangsvertraging
w
orden geopend zonder dat er een alarm wordt gegeven. De zone moet echter zijn
gesloten voordat de uitgangsvertraging is afgelopen. Bij openen van de zone in actieve
toestand van de installatie wordt de ingangsvertraging van Groep 1 (te programmeren
onder Systeem/Div. tijden) gestart. Binnen deze tijd moet dit gebied worden gedeactiveerd.
Als dit niet gebeurt wordt er na afloop van de vertragingstijd een alarm gegeven. Melders
die op een zone met deze eigenschap zijn aangemeld, worden meestal bij huis- en
neveningangen aangebracht. Deze zone moet bij het activeren gesloten zijn. Indien dit niet
altijd kan worden gegarandeerd, kunt u beter het zonetype Ingang/uitgang (open) kiezen
22
22
44
ZZZZ
+
0202
Vertraging 2
Zie hierboven. Voor deze zones gelden echter de Div. tijden van groep 2
22
22
44
ZZZZ
+
0303
Vertr1 (open)
Fabriekswaarde
voor zone 1
Het zonetype Ingang/uitgang (open) functioneert net als zonetype Ingang/uitgang 1, met
dat verschil dat de zone op het moment van activeren niet gesloten hoeft te zijn. De zone
moet echter voor afloop van de uitgangsvertraging worden gesloten omdat er anders een
alarm wordt gegeven. Dit zonetype wordt meestal toegewezen aan openingsmelders bij
huis- en neveningangen.










