Installation Instructions

7-37
22
11
ZZZZ
33
Wissen
in dit menu kunnen individuele melders worden gewist. Bevestig het wissen met [J] JA of
[N] NEE. Om de weergave te wijzigen drukt u de toets
.
22
11
ZZZZ
44
Supervisie
in dit menu kiest u of in een zone gecontroleerd moet worden of de melders zich
regelmatig bij de installatie melden. De supervisietijd wordt in het menu Systeem /
Div. tijden ingesteld. Als de supervisie voor de melder is geactiveerd en de melder
meldt zich niet op de ingestelde tijd, wordt er een alarm gegeven. Kies de instelling
met[J] JA of [N] NEE. Om de weergave te wijzigen drukt u de toets
. Om
te bevestigen drukt u de toets
.
7.3.2
22
22
Zn parameters
Het menu Zn parameters bevat instellingen waarmee de eigenschappen van de verschillende zones kunnen worden geprogrammeerd
U kunt alle instellingen voor de zones na elkaar programmeren, of u definieert de parameters voor alle zones tegelijkertijd. Bij de eerste
installatie wordt de instelling Individueel aanbevolen. Bij latere wijzigingen kunt u de verschillende parameters direct in het menu
programmeren.
U kunt de zones als eerste programmeren en daarna de draadloze melders inregelen en aanmelden, of omgekeerd.
Een voor een
Benamigen
Partities
Zone type
Zone signaal
Geforceerd IN
Zn parameters
Sneltoesten Parameter
22
22
11
Een voor een
Met de optie Individueel is het mogelijk om voor elke zone apart, dus na elkaar, de
parameters te programmeren.
1. Voer een getal van twee cijfers in waarmee u de programmering wilt beginnen
(bijvoorbeeld 01) en druk op de toets
om naar de Parameter Benoeming te
gaan..
2. Voer een naam voor de zone in en druk op de toets
om naar de volgende
Parameter te gaan.
3. Gebruik de toetsen [1] tot [3] om de toestand van het deelgebied tussen [J] JA en
[N] NEE heen en weer te schakelen. Een zone moet aan ten minste één gebied
worden toegewezen. Druk op de toets
om naar de volgende Parameter te
gaan.
4. Om het zonetype te programmeren en andere instellingen voor de zone te kiezen,
gebruikt u de volgende Parametern.
Zonetype: Kies een type en druk dan de toets
.
Zonesignaal: Kies een signaal en druk de toets
.
Nadere informatie over zonetypes en zoneSabot. geluid vindt u op de volgende
pagina's.
.