Operation Manual
41
Toets indicatie
De Control Prog wordt geleverd met de
indicatietoetsen als cijfers en letters. De labels
kunnen vervangen worden door een
persoonlijk ontwerp. Op de bijgesloten CD zit
een Word document met plaatjes om je eigen
persoonlijke ontwerp te kunnen maken.
Het label wordt geprint op overhead of wit
papier en zit in de gleuf van de Control Prog.
Voordat het gemerkte label bevestigd kan
worden, moet het raster gedemonteerd worden.
Het raster is gemonteerd met vier kleine
pennetjes in elke hoek van het toetsenbord.
Steek voorzichtig een mes tussen het raster en
de Control Prog. Verwijder het raster
voorzichtig, anders kunnen de pennetjes
breken.
Twee A-4 velletjes papier worden standaard meegeleverd. U kunt hierop noteren
welke functies onder welke knoppen staan.
Data communicatie
Datacommunicatie tussen twee Control Prog zenders
Het is heel eenvoudig om alle instellingen te kopiëren van de ene naar de andere
Control Prog. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als de Control Prog in verband
met service of reparatiedoelen niet voor de eindgebruiker beschikbaar is. Voor
het uitvoeren van de datacommunicatie is het belangrijk rekening te houden met
het volgende:
Als de twee Control Progs dezelfde programmaversies hebben, is
datacommunicatie zonder probleem uit te voeren. Kijk op de achterkant van
de Control Prog voor het versienummer (bijvoorbeeld Ver: 1.0). Als de
zenders van verschillende versies zijn, kunnen de functies op een andere
zender niet goed werken.
Het verzenden van data gaat als volgt:
1. Zorg ervoor dat de battereijen in beide zenders volledige capaciteit hebben.
2. Sluit een datacommunicatiekabel (nr: 4256-22) aan op de data-aansluitingen
van de twee zenders (fig. 6).
Gemerkt label
Raster
Fig. 9










