Operation Manual

30
Turbo scannen aan- of uitzetten
De turbo scan instelling kan gebruikt worden om de scansnelheid met factor vier
te verhogen. Dit is te gebruiken door zeer ervaren gebruikers in combinatie met
geavanceerde behoeften. Als basis dient de gewone scansnelheid welke met
factor vier wordt versneld. Dit heeft tot gevolg dat er een exactere tijdsinstelling
gemaakt kan worden, met name in het gebied van 0,1 en 1,0 seconden, bijv. 0,5
sec. met factor vier geeft 0,125 sec. De scanlampjes knipperen niet meer,
waardoor het makkelijker is de hoge snelheid waar te nemen. Het turbo scannen
AAN/UIT wordt als volgt ingesteld:
1. Druk gelijktijdig
P
en
6
. Het indicatielampje op toets 6 en het
bladzijdelampje gaan branden.
2. Om de turbo aan te zetten, gebruik toets
A
, uit zetten met
B
. Het
indicatielampje op de bladzijde knippert groen ten teken dat de actie gelukt
is.
In het kort
Turbo scannen AAN/ UIT:
P
+
6
,
A
of
B
AAN =
A
. UIT=
B
.
Fabrieksinstelling = UIT
Instellen van de scanherhaling
De Control Prog is zo in te stellen, dat de scanner een aantal scan omlopen
maakt, voordat hij automatisch stopt. Vanaf het moment van starten tot het terug
komen bij het startpunt is één herhaling. Er kan gekozen worden voor 1 tot 4
herhalingen. De scan herhaling wordt als volgt ingesteld:
1. Druk gelijktijdig op
P
en
7
. Het indicatielampje op toets 7 en het
bladzijdelampje branden.
2. Druk toets
#
.
3. Kies het aantal herhalingen 1 4. Het indicatielampje van de bladzijde
knippert groen ten teken dat de actie gelukt is.
In het kort
Instellen van de scanherhalingen:
P
+
7
,
#
,
1
….
4
Fabrieksinstelling = 2 herhalingen