Operation Manual
29
Maak een toets met een individuele scanmacro. Kies een van de scanmethodes
1, 3 of 5 in deze macro. Vervolgens moet de macro toets geselecteerd worden,
zodat deze met de externe schakelaar direct kan worden bediend. Stel het aantal
scanherhalingen in op 1. De Control Prog zal nu eerst de individuele scanmacro
uitvoeren, gevolgd door de normale scanmethode.
Tip 2: Het is ook mogelijk alleen de linker kolom van de Control Prog te laten
scannen. De middelste en de rechter kolom kunnen dan gebruikt worden voor
symbolen / teksten voor het toelichten van de functies.
Doe het volgende om dit toe te passen:
Maak een toets met een individuele scanmacro, waarbij alleen de linker kolom
wordt gebruikt. LET OP! De toets die wordt gebruikt om de scanmacro te
activeren mag geen onderdeel zijn van de macro. Selecteer een van de
scanmethodes 0, 2, 4 of 6 in deze macro. Programmeer de toets zo, dat deze met
een externe schakelaar kan worden bediend. De Control Prog zal nu alleen de
linker kolom scannen.
Instellen van de scansnelheid
De scansnelheid kan ingesteld worden tussen 0,1 en 6,0 seconden in stappen van
0,1 seconden. De fabrieksinstelling is 1,5 seconden. Het instellen gaat als volgt:
1. Druk gelijktijdig
P
en
6
. Het indicatielampje op toets 6 en het bladzijde
lampje gaan nu samen branden.
2. Kies de scansnelheid. Algemene regel is: Vermenigvuldig de gewenste
snelheid, bijvoorbeeld 0,7 sec., met factor 10. De uitkomst is de in te stellen
toets. In dit voorbeeld 7. De hoogste snelheid is 0,1 (instelling 1), de laagste
snelheid is 6 sec. (instelling 60).
3. Sluit de instelprocedure af door op de bladzijdentoets
---
te drukken. Het
indicatielampje knippert groen ten teken dat de actie gelukt is.
In het kort
Instellen scansnelheid:
P
+
6
,
1
….
6
0
,
---
Fabrieksinstelling: 1,5 seconden.










