Operation Manual
28
Tabel 5
Keuze-
nummer
Scanmethode
Alleen voor individuele scanmacro
Aantal
externe
schakelaars
7
Automatisch
lineair scannen
met
achterwaartse
stappen
(overscan) met
normaal
scannen.
Ga naar de toets waar de scanmacro is
opgeslagen en activeer deze toets. Control
Prog scant automatisch in de volgorde zoals
de macro is opgebouwd. Bedien de
schakelaar nogmaals om het scannen te
stoppen en langzaam achterwaarts te
scannen. Activeer de toets door nogmaals
schakelaar 1 te drukken. LET OP! De
Control Prog start vooruit scannen met vier
maal de ingestelde scansnelheid, het
achterwaarts scannen gaat met de ingestelde
snelheid. Anders zal het normale scannen
starten.
1
Doe het volgende om een individuele scanmacro te maken:
1. Druk gelijktijdig op
P
en
*
. Het indicatielampje en het bladzijdelampje
gaan nu branden.
2. Druk
1
.
3. Druk de toets waaronder de macro bewaard moet worden.
4. Kies de scanmethode zoals aangegeven in tabel 5.
5. Druk op de toetsen waaruit de macro moet gaan bestaan.
6. Beëindig door op de
---
te drukken (ongeveer 2 seconden) totdat het
indicatie lampje groen knippert en uit gaat.
In het kort
Maak een individuele scanmacro:
P
+
*
,
1
, kies de toets waar moet worden
opgeslagen. Kies de scanmethode uit tabel 5, druk de inhoud van de macro
---
.
Tip 1: Het is mogelijk een individuele scanmacro met directe bediening te
combineren, waardoor de Control Prog het scannen altijd start met de
individuele scanmacro. Deze individuele scanmacro kan dan belangrijke
functies bevatten, zoals alarmering, intercom en deurautomaat bedienen en het
beantwoorden van de telefoon. Wanneer geen keuze voor een van deze functies
wordt gemaakt, vervolgt de Control Prog met normaal scannen. Hiertoe moet
wel scanmethode 1, 3 of 5 worden ingesteld.
Doe het volgende om deze combinatie toe te passen:










