Operation Manual

27
Tabel 5
Keuze-
nummer
Scanmethode
Alleen voor individuele scanmacro
Aantal
externe
schakelaars
3
Herhaald
handmatig
lineair scannen
met normaal
scannen.
Ga naar de toets waar de scanmacro is
opgeslagen en activeer deze toets. Scan door
op schakelaar 1 te drukken iedere keer voor
elke stap in dezelfde volgorde als waarin de
macro is opgebouwd. Zodra de
bedienschakelaar langdurig wordt ingedrukt,
scant de Control Prog automatisch. Activeer
de toets met schakelaar 2 of “Enter”. Anders
zal het normaal scannen starten.
2 tot 3
4
Automatisch
lineair scannen.
Ga naar de toets waar de scanmacro is
opgeslagen en activeer deze toets. Control
Prog scant automatisch in de volgorde zoals
de macro is opgebouwd. Activeer de toets
door nogmaals schakelaar 1 te drukken.
1
5
Automatisch
lineair scannen
met normaal
scannen.
Ga naar de toets waar de scanmacro is
opgeslagen en activeer deze toets. Control
Prog scant automatisch in de volgorde zoals
de macro is opgebouwd. Activeer de toets
door nogmaals schakelaar 1 te drukken.
Anders zal het normaal scannen starten.
1
6
Automatisch
lineair scannen
met
achterwaartse
stappen
(overscan)
Ga naar de toets waar de scanmacro is
opgeslagen en activeer deze toets. Control
Prog scant automatisch in de volgorde zoals
de macro is opgebouwd. Bedien de
schakelaar nogmaals om het scannen te
stoppen en langzaam achterwaarts te
scannen. Activeer de toets door nogmaals
schakelaar 1 te drukken. LET OP! De
Control Prog start vooruit scannen met vier
maal de ingestelde scansnelheid, het
achterwaarts scannen gaat met de ingestelde
snelheid.
1