Operation Manual

20
Scannend bedienen
Het is mogelijk om externe bedieningschakelaars op de Control Prog aan te
sluiten en daardoor met een schakelaar 241 bedienfuncties te activeren. Diverse
instellingen kunnen geprogrammeerd worden, zoals verschillende
scanmethodes, scansnelheid, startpunt van scannen, scan herhaling, turbo
scannen en scan knipper. Ook is het mogelijk een individuele scanmethode te
maken. 1 tot 5 bedienschakelaars of een joystick kunnen aangesloten worden,
afhankelijk van de gekozen scan methode. Lees de onderstaande
instelmogelijkheden.
Aansluiten van de bedienschakelaars
Er zijn verschillende mogelijkheden om externe schakelaars aan te sluiten,
afhankelijk van het aantal schakelaars dat nodig is. Er kunnen een of twee 1-
functie schakelaars aangesloten worden op aansluiting 1 en 2. Op de multi
aansluiting kunnen bedienschakelaars voor de vier richtingen en enter
aangesloten worden. Het is ook mogelijk om 8 functies met een enter-functie te
bedienen met een joystick.
Een bedienschakelaar: aansluiting 1, 2 of Multi. Alle aansluitingen kunnen
gebruikt worden als er slechts één schakelaar gebruikt wordt.
Twee bedienschakelaars: aansluiting 1 () en 2 ().
Drie bedienschakelaars: aansluiting 1 (), 2 () en Multi (Enter). Ook
kunnen alledrie de schakelaars aangesloten worden op aansluiting Multi.
Vijf bedienschakelaars: aansluiting Multi (, , , en Enter).
Enter: door drukken op de toets in aansluiting Multi (Enter). Ook uit te
voeren met aansluiting 1 of 2, afhankelijk van de gekozen scanmethode. Zie
tabel 4!
Joystick met acht functies + Enter: aansluiting Multi.