Operation Manual

Table Of Contents
Persoonlijke instellingen van uw telefoon
58
Programmeren van telefoon functies
Dit hoofdstuk verklaart de procedure hoe u instellingen wijzigd op uw draadloze toestel.
Bereik en overbelast signalen
U wilt de volgende signalen activeren of deactiveren; buiten bereik of het overbelast signaal.
U kan de terminal zo instellen dat u een verwittigingstoon krijgt wanneer u buiten bereik gaat.
U bent aan de lijn en verlaat de zone met bereik: Een verwittigingstonaliteit weerklinkt in de
luidspreker. Wanneer u buiten bereik gaat, wordt de oproep onderbroken.
De terminal is in standby en u verlaat de zone met bereik: De terminal verwittigt u door een continu
gering [h].
Uw systeemadministrator kan ook een doorschakeling programmeren of een bezettoon wanneer een
terminal buiten bereik is.
Het overbelast signaal geeft aan dat het systeem bezet is – u moet wachten totdat het systeem weer
beschikbaar is.
Het inschakelen van de telefoon
Uw handset staat uit en u wilt deze inschakelen.
U kunt uw handset inschakelen door deze in de oplader te plaatsen of door het indrukken van de C toets,
gevolgd door de "Ja" Fox toets.
Druk op de Menu toets.
Instellingen Gebruik de navigatietoets voor het selecteren van een "Instellingen" en
druk "Select" Fox toets.
Algemeen Gebruik de navigatietoets voor het selecteren van een "Algemeen" en
druk "Select" Fox toets.
<Bereik alarm/
Syst.bezet Toon>
Gebruik de navigatietoets voor het selecteren van "Instellingen" en druk
de "Select" Fox toets.
De instellingen worden opgeslagen.
Druk op de Oproep toets.
De display toont "Inschakelen?".
Ja Voor het inschakelen van uw handset: Druk op de"Ja" Fox toets.
De telefoon begint met een zelf test. De display wordt donker en de
melding "Zoeken..." verschijnt. De telefoon is nu in rustsituatie en klaar
voor gebruik.
Notitie
Als de telefoon geen netwerk kan vinden verschijnt de melding "Geen
systeem". Gebruik de "Configuratie" Fox toets in configuratie mode om
over te schakelen naar een beschikbaar netwerk.